Erika Baardwijk
Afrikaans christendom
In Afrika vormt religie een integraal onderdeel van de cultuur. De traditionele cultuur, in het bijzonder de traditionele religie, is voor veel mensen een belangrijk onderdeel in hun leven. Deze neigt vooral naar de cultus rond de doden en de voorouders. Verder is er een sterk geloof in verschillende soorten geesten en hekserij. Kerken in Afrika zijn zich bewust van de hardnekkigheid van de Afrikaanse Traditionele Religie (ATR), zelfs in hun eigen kringen. ATR is vooral een serieus discussiepunt in katholieke kringen, zij willen een duidelijke scheiding tussen christelijke en traditionele religieuze praktijken. Protestantse kerken verwerpen of ontkennen ATR, terwijl hun leden wel blijven deelnemen aan traditionele religieuze praktijken. The Evangelical Alliance Mission heeft het standpunt dat als geloof en traditie met elkaar in conflict zijn, het christelijke geloof gevolgd moet worden.
Context en cultuur zijn grote uitdagingen voor de kerken in Afrika.
De evangelische boodschap moet duidelijk worden gemaakt aan mensen van een bepaald religieus-cultureel klimaat, in een voor hen bekend idioom. Zo is in Afrika bijvoorbeeld ook vaak de naam van God aangepast.
Afrikanen herkennen in de Bijbel belangrijke elementen van hun religieuze erfenis. Naar Afrikaans perspectief bevestigt de Bijbel hun traditionele acceptatie van de belangrijke rol van dromen, de realiteit van geesten en het belang van de dood, met name de voorouders. Veel Afrikaanse theologen hebben verbanden gezocht tussen de Bijbel en de Afrikaanse traditionele religie. Zij hebben diverse overeenkomsten gevonden, zij vonden die onder andere in het Nieuwe Testament.
De Zaïrese theoloog Monsengwo Pasinya vindt dat de Bijbel zichzelf al interpreteert, het geeft verschillende interpretaties van de openbaringen in de veranderende geschiedenis. Het is daarom ook een tekst om te interpreteren; naar elke veranderende omstandigheid in plaats en tijd. Een Afrikaanse interpretatie van de Bijbel is volgens hem daarom niet alleen legitiem, maar zelfs noodzakelijk.
Buitenlandse missionarissen waren ongevoelig, door hun rationalistische benadering, voor bepaalde bijbelse werkelijkheden die voor de Afrikaanse werkelijkheid wel belangrijk waren, zoals dromen, hekserij/tovenarij en voorouder aanbidding. Missie dient altijd cross-culturele communicatie te zijn.
Het volk van Israël en de christelijke kerk kunnen niet het alleenrecht claimen voor Gods' reddende kracht. God is ook in en met de Afrikaanse mensen, ook als die alleen aan traditionele religie doen. Voor christelijke Afrikanen staat Jezus Christus centraal, maar als Afrikanen blijven ze ook gelinkt aan hun eigen culturele en traditionele tradities. Die normen, inzichten en ge br uiken kunnen worden ge br uikt om het christendom in de Afrikaanse samenleving te wortelen, zodat christenen in Afrika echt Afrikaanse christenen kunnen zijn.
ATR kan gezien worden als Afrika's Oude Testament voor christelijke Afrikanen. Dit Oude Testament is dan een lokale toevoeging, niet een vervanging voor Israël's Oude Testament.
Als we kijken naar het christendom in Zimbabwe zien we een grote diversiteit, er zijn veel verschillende christelijke gemeenschappen.
Het eerste contact met het christendom in Zimbabwe was midden 16 e eeuw. De erfenis van de missionarissen bestond louter uit enkele christelijke symbolen. Er waren christelijke praktijken die gemengd werden met lokale gewoonten. Systematische missie onder de Zimbabwaanse bevolking begon midden 19 e eeuw. Het missionaire werk begon nog voor de Europese bezetting, dit geeft aan dat hun aanwezigheid er niet mee was verbonden. De koloniale bezetting van 1890 opende de weg naar missionaire activiteiten volledig.
In Zimbabwe is lijn aan te br engen in de vele christelijke stromingen door te hoofdstromingen aan te geven zoals ze min of meer in clusters zijn verdeeld:
- ZCC = Zimbabwe Council of Churches: meeste kerken die hiervan lid zijn, zijn Protestants. Deze organisatie wil wederzijds begrip vergroten, oecumenisch handelen ontwikkelen en samengaan van gezindten aanmoedigen.
- ZCBC The Zimbabwe Catholic Bishops Conference: katholiek, stimuleert en coördineert missionair en pastoraal werk in de bisdommen. Leden zijn afkomstig uit 39 religieuze orden.
- EFZ = Evangelical Fellowship of Zimbabwe: genootschap van kerken, kerkgerelateerde organisaties en individuen. Zij hebben de wens eenheid uit te stralen en willen gezamenlijk handelen van kerken en organisaties met een evangelische overtuiging bevorderen.
- NRM's = New Religious Movements: tevens worden de African Independent Churches vaak in deze categorie onderge br acht, terwijl deze laatste niet nieuw zijn; ze ontstonden al vanaf 1870. Deze organisatie heeft tot doel de samenwerking te bevorderen, theologische trainingen ontwikkeling van plattelandsgebieden.
De New Religious Movements vormen een verwijzing naar een recent fenomeen; de verspreiding van een speciaal soort christendom, grotendeels uit fundamentalistische stromingen van de kerk.
De verschillende christelijke groeperingen hebben gemeen dat ze het als hun roeping zien het Goede Nieuws te delen door missie en evangelisatie
De New Religious Movements kunnen een rol spelen in het veranderen van het leven van mensen, maar ze doen niets aan de problemen van de Afrikaanse samenleving. Om hun missie te promoten ge br uiken ze diverse bijbeltraktaten, leaflets en tijdschriften, waarmee ze zelfs kerkleiders van andere kerken aantrekken en daardoor is hun fundamentalistische lezing van de bijbel bijna algemeen geaccepteerd geworden in Afrika als de enige echte christelijke lezing.
Tegenwoordig zijn de verschillen tussen de diverse gezindten in Afrika nog even groot als in het missionaire tijdperk, maar worden deze verschillen wel anders bekeken. Mensen kijken naar de verschillende gezindten als afkomstig van een en dezelfde familie. Als wordt het belangrijk gevonden tot een kerk te horen, de kern van de zaak is een persoonlijke relatie met God door Jezus Christus. Het Lichaam van Christus omvat alle soorten christenen en is niet verbonden aan een gezindte. Verschillen die vroeger mensen scheidden zijn nu aan het verdwijnen; ieder moet zijn eigen geweten volgen, eenieder wordt beoordeeld op wat hij zelf doet.
Ook bij jongeren zie je vaak dat ze verschillende gezindten willen mengen: “Ik ben wel Methodist maar ik ben toch naar de paus geweest toen hij Zimbabwe bezocht”.
Voor de gelovigen is het verenigd worden geen probleem, voor de kerkleiders ligt dit anders, want wie zal de leider worden in een verenigde kerk?
Er zijn kerkprogramma's die zich richten op de socio-economische ontwikkeling van het land. Waar mensen onder onmenselijke omstandigheden moeten leven wordt dit tot een theologische kwestie. Zo stelt de CCJP (The Catholic Commission on justice and Peace): “ Als christenen verstaan we onder ons werk voor rechtvaardigheid en vrede een voortzetting van de profeten in het Oude Testament en van dat van Jezus Christus zelf, het is de missie van de kerk geworden”.
ZCC gerelateerde kerken en de katholieke kerk hebben een duidelijke scheiding tussen ontwikkelingswerk en hun evangelische kerk.
In Afrika is in de meeste landen wel sprake van een onafhankelijke kerk al is die erg verdeeld. De bestudeerde literatuur liet vooral de situatie in Zimbabwe zien, waar de aanwas van diverse nieuwe kerken en gezindten nog steeds groeiende is, ondanks pogingen van diverse organisaties om hier meer eenheid in aan te brengen.
Het is met zoveel verschillende gezindten moeilijk een algemene uitspraak te doen over de vraag of hier sprake is van een historische opvatting, in de zin van Ellacuria, van christendom. Volgens Ellacuria is alle theologie bepaald door de historische werkelijkheid en vereist historische theologie bewuste reflectie op zijn historische origine. Ellacuria verstond onder historische theologie nadenken over het geloof vanuit de historische werkelijkheid en nadenken over de historische werkelijkheid vanuit het geloof.
Veel Afrikanen hebben wel een historische opvatting van christendom, maar heel anders dan gevestigde kerken dit uitleggen. Afrikanen herkennen in de Bijbel elementen van hun eigen traditionele religies. Afrikaanse theologen hebben onderzoek naar deze verbanden gedaan en vonden inderdaad diverse overeenkomsten, onder andere in het Nieuwe Testament. Bij deze Afrikaanse theologen zien we dus zeker een historische opvatting van christendom.
Russisch christendom
Mijlpaal in de Russische kerkgeschiedenis is het Concilie dat Russische Orthodoxe Kerk in 2000 hield. Het Concilie van 146 bisschoppen maakte een eind aan de interne discussie over de hiërarchie. Uit het Concilie kwam een belangrijk document voort: “Bases of the social concept of the Russian Orthodox Church”. Tevens werd een verklaring opgemaakt gebaseerd op oecumene: “Basis principles of the attitude of the Russian Orthodox Church toward the other Christian Confessions”.
Het is de eerste keer in het bestaan van de Russische kerk dat zij fundamentele principes over de relatie tussen kerk en samenleving heeft samengesteld. Het is een omslag voor de traditioneel intern gerichte Orthodoxe Kerk en maakt een einde aan de eeuwenlange gehoorzaamheid van de kerk aan de staat.
De verklaring is een lange termijn programma voor de kerk in een pluralistische en geseculariseerde samenleving. Het is geen verhandeling over het Sovjet verleden en het woord communisme komt er niet in voor, wel wordt impliciet naar het Sovjet systeem verwezen door middel van termen als; “totalitaire regimes”, “staats atheïsme” en “tijdperk van religieuze vervolgingen”.
Belangrijk is de stelling dat de staat geen doel op zichzelf is, dat hun macht onderdeel is van de macht van God en dat christenen soms verplicht zijn tot burgerlijke ongehoorzaamheid.
Er komen in de verklaring twee centrale thema's naar voren:
- Die handelen over kerk en staat.
- Sociale en ethische thema's.
De eerste categorie is voornamelijk Orthodox, de tweede komt grotendeels overeen met de katholieke positie. Als ge br ek zou kunnen worden genoemd dat in het document nergens moderne theologen en filosofen worden aangehaald.
Er ligt wel een duidelijk concept van en christelijke antropologie aan ten grondslag; de nadruk ligt op de zondige mens, de oorzaak van alle sociale problemen.
Over de relatie kerk en staat zegt het document dat de kerk van nature universeel en daardoor supranationaal is. De eenheid van de kerk ligt niet in etnische, culturele of taaleenheid maar is gebaseerd op geloof en doop.
Anarchie wordt als onchristelijk gezien en daardoor moeten de kerk de staat gehoorzamen en voor haar bidden. Wel moeten christenen vermijden dat de staat absoluut wordt, de staat mag geen doel op zichzelf worden.
De relatie tussen kerk en de moderne staat is gebaseerd op “niet bemoeien” met elkaars zaken., wat niet wil zeggen dat de kerk geen oordeel mag hebben over politieke beslissingen en dat er geen samenwerking kan zijn tussen kerk en staat.
De ideale vorm van een Orthodoxe staat is ontwikkeld in het historische Byzantium. Het was een “symfonie van kerk en staat”, waarin de wereldse en spirituele macht aan elkaar gerelateerd waren als lichaam en ziel van één organisme. Dit ideaal is echter in de geschiedenis nooit behaald.
Verder wordt i het document gesteld dat de kerk nooit stil mag zijn en stoppen met het prediken van de waarheid, wat andere leren ook voorschrijven of wat de staat ook propageert, in dit opzicht is de kerk absoluut vrij van de staat.
Als de staat Orthodoxe gelovigen dwingt Christus en zijn kerk af te vallen dan is burgerlijke ongehoorzaamheid toegestaan en dan weigert de kerk te staat te gehoorzamen.
Wat de wet betreft stelt het document dat de menselijke wet uitdrukking moet geven aan de wet van God. Gelovigen moeten de menselijke wet gehoorzamen, maar niet als deze tegen de religieuze wet ingaat.
Ook wordt de houding van de kerk tegenover politieke partijen en –organisaties besproken. De kerk maakt geen keuze hierin. In het verleden is de kerk wel gedwongen te kiezen door de staat en daarom moeten geestelijken geen kandidaat meer zijn bij verkiezingen of deelnemen aan politieke propaganda.
De kerk wil wel samenwerking en dialoog met de politieke partijen, maar alleen om de positie van de kerk te verbeteren
Iemand die al eenheid in de christelijke kerk propageerde voordat de term oecumene bestond, was de 19 e eeuwse Russische filosoof en religieus denker Vladimir Solov'ëv
Het leidmotief in zijn religieus denken is de universaliteit van het christendom. De allesverbindende spil in deze eenheid is Christus. Christus vertegenwoordigt de vereniging van het goddelijke en menselijke.
Solov'ëv gelooft in een universele kerk en een onafhankelijke kerk, welke alle belangen zou overstijgen. De kerk moet de mensheid organiseren. Het is de taak van religie om eenheid, heelheid en unanimiteit in de wereld te creëren. Op sociaal vlak betekent dit complete solidariteit.
Solov'ëv had kritiek op de katholieke kerk, hij had wel respect voor het katholieke ideaal van eenheid, maar hij vond dat de katholieke kerk deze eenheid als een uitgangspunt gebruikte om wereldse macht te krijgen en zelf een politieke macht te worden die mensen onderdrukt. Solov'ëv was dan ook een voorvechter van de minderheden in Rusland.
In 1448 maakten de Russische bisschoppen zich los van het Patriarchaat Constantinopel, sindsdien wordt de Russisch Orthodoxe kerk als een zelfstandige kerk beschouwd. Toch was de kerk altijd gehoorzaam en afhankelijk van de staat. Pas met de verklaring die is opgemaakt tijdens het Concilie in 2000 maakt de kerk een einde aan de eeuwenlange gehoorzaamheid van de kerk aan de staat. Je zou kunnen zeggen dat de Russische kerk dus eigenlijk in het jaar 2000 pas echt onafhankelijk is geworden.
Solov'ëv was al voorstander van een universele en onafhankelijke kerk, toch is het opvallend dat hij in de verklaring van 2000 niet wordt genoemd.
Binnen het Russisch christendom zien we wel een historische opvatting van christendom in de zin van Ellacuria. De Russisch Orthodoxe kerk heeft altijd teruggegrepen naar de historische werkelijkheid, maar was alleen niet altijd vrij om naar de daaruit voortkomende conclusies te handelen door verregaande staatsbemoeienis. Nu de kerk veel onafhankelijker is, is er pas ruimte om naar interpretaties van de historische werkelijkheid te handelen.
Filippijns christendom
Op de Filippijnen is het algemene beeld van God beïnvloed door de cultuur. De idee van God en het hiernamaals is een weerspiegeling van de Filippijnse maatschappij.
Bij de vroege Filippino's vond aanbidding van God plaats via lagere goden of geesten, zij dienden als intermediair. De sjamanen offerden aan de lagere goden.
Ook nu nog is voorouderverering de kern van de religie onder etnische minderheden.
Omdat God zo ver verwijderd is en onbereikbaar zijn ze meer geïnteresseerd in de intermediairs: vroeger waren dat de overledenen, nu de heiligen.
Cultuur heeft veel invloed op hoe iemand God ervaart, dat geldt ook voor de Filippijnen, hetzelfde geldt voor de ervaring van Jezus Christus.
Verschil met Zuid Amerika is dat Christus niet gezien wordt als de boze sociale hervormer, maar als de lijdende Christus, die zijn vijanden bestrijdt door dood te gaan en niet door terug te vechten.
De nederige Christus is het beeld van Christus als Santo Cristo (aan het kruis of in de tombe) en Santo Nino (het Heilige kind) . Santo Nino voor kerstmis, Santo Cristo voor de vastentijd en een combinatie van beiden voor de rest van het liturgisch jaar.
Veel Filippino's denken dat Christus is gereïncarneerd in hun leiders, door deze reïncarnatie kunnen de mensen God ontmoeten. De mensen willen geen Christus die volkomen overeenkomt met de Christus van Palestina, ze willen zijn dynamische equivalent in de Filippijnen.
De Filippijnse samenleving is groepsgeoriënteerd. Autoriteit wordt gedeeld, maar heeft ook een leider als vader nodig. De ideale lokale gemeenschap is een soort aards paradijs. Die wens is niet nieuw in de geschiedenis van het christendom.
Folk Christianity is de naam die gegeven is aan praktijken welke getolereerd worden door het officiële christendom. Het is een sociologische term, samen met uitingen van volkscultuur. Er ontstaat een probleem als de sociologische term theologisch wordt gemaakt. In het verleden werd het deels gezien als bijgeloof, later werd het hoger aangeslagen en werd het meer gezien als een traditie met rijke waarden.
Folk Christianity maakt veel gebruik van symbolen, welke als doel hebben goddelijke kracht te krijgen. Voorbeelden hiervan zijn het afvegen van het beeld van Christus met een zakdoek, religieuze dansen, op de knieën naar een heiligdom gaan en dragen van het kruis. De symbolen kunnen ook bestaan uit objecten, zoals een amulet.
Er zijn veel christelijke gemeenschappen die niet permanent zijn, het zijn occasionele samenkomsten van gelovigen, zij komen bijvoorbeeld bij elkaar voor bepaalde processies.
De Filippijnen bestaan uit 7200 eilanden, waar de situatie per gebied heel verschillend is. Al is er een gevestigde kerk, toch zijn er daarnaast vele andere religieuze en politieke organisaties.
Op de Filippijnen zien we ook de bevrijdingstheologie, maar door het cultuurverschil is er een groot verschil met Zuid Amerika. Rechtvaardigheid wordt op de Filippijnen heel anders beleefd. Hiërarchie is er heel normaal, de groepsstructuur accepteert ongelijkheid. Het individualistische model slaat er veel minder aan. Als het model voor bevrijdingstheologie niet wordt aangepast aan de cultuur zal het weinig support krijgen van de massa.
Door de langdurige Spaanse aanwezigheid is 83 % van de bevolking katholiek.
Verder maakt ongeveer 3 % deel uit van een afsplitsing van de RK kerk; de Independent Church of the Philippines. Protestanten vormen ongeveer 6 % van de bevolking. Via Amerika is de Pinkstergemeente op de Filippijnen gekomen.
Op de Filippijnen is wel sprake van een onafhankelijke kerk, al is deze erg verdeeld. In getallen is dan wel het grootste deel van de bevolking katholiek, maar de beoefening daarvan is heel verschillend, oorzaken hiervoor zijn de groepscultuur waar plaatselijke groepen een gemeenschap vormen die eigen rituelen en symbolen gebruiken en de geografie; de situatie is per gebied erg verschillend.
Op de Filippijnen is wel sprake van een historische opvatting van christendom, alleen is deze totaal verschillend als je kijkt naar erfenis van missionarissen, bevolkingsgroepen en verschillende gezindten.
Er is zeker een bewuste reflectie op zijn historische origine, wat bijvoorbeeld geresulteerd heeft in een heel eigen kijk op Jezus Christus. De cultuur heeft de werkelijkheid bepaald en de religie aangepast aan de plaatselijke werkelijkheid.