Erika Baardwijk
Samenvatting tekst van Kuitert.
Om te bepalen wat religie is en wat niet benoemt Kuitert niet welke voorstellingen aan alle religies eigen zijn, omdat dit voorbijgaat aan de voorstelling tussen oerervaring en voorstelling. Oerervaring is er eerst, ze is br on van religies en in die zin ook br on van religieuze vorstellingen. Wat religie tot religie maakt is dat ze opgewekt wordt door een leeft van wat haar aanhangers ervaren als een grond die buiten hen ligt. Hoeveel religies ook van elkaar verschillen, zijn ze volgens Kuitert toch interpretaties van één en dezelfde ervaring; religieuze oerervaring.
Alle mensen ervaren een besef van afhankelijkheid van iets wat van een andere orde is. Wij zijn niet in onze eigen handen. Om dat te beseffen hoef je alleen maar mens te zijn. Kuitert bedoelt met zijn beschrijving van de afhankelijkheid veel meer dan de natuur. Hij heeft het er hier niet over dat wij ons als mens afhankelijk weten, je hoeft er niet voor geleerd te hebben om daar achter te komen. Het gaat hier niet om de kennis, maar om de ervaring van afhankelijkheid die ons op bepaalde momenten in ons leven overvalt. Het zijn vaak schokkende ervaringen, samen te vatten als ervaringen van contingentie, gebeurtenissen die je toevallig kunt noemen, die tot in de emotionele laag van je bestaan reiken, de oerlaag. Kuitert ziet contingentie-ervaringen als de spectaculaire vorm van de religieuze oerervaring, het besef van absolute, totale afhankelijkheid. De religieuze oerervaring wordt ook onder woorden ge br acht als besef van eindigheid.
Kuitert stelt dat de religie bestaat uit een besef, dat zich via ervaring aan een mens opdringt, dat het beste weer te geven is met een totaal afhankelijkheidsgevoel. Je hoeft maar mens te zijn en je doet religieuze oerervaring op. De vraag hoe je die absolute afhankelijkheid ervaart wordt gepreciseerd met de vraag: waaraan ervaar je die?
Een zich opdringend besef is een samenspel van binnen en buiten. Van binnenuit gezien gaat het om een gevoel, dat is subjectief. Maar dat gevoel zou er niet zijn als er geen omgeving was die tot dat gevoel inspireerde. Zonder een buiten zou het besef er niet zijn. Hiermee wil Kuitert duidelijk maken wat hij met religieuze oerervaring bedoelt: het startpunt van alle concrete religies; een innerlijke ervaring, in termen van een besef, die uit een zich opdringend buiten stamt. Een gevoel van de werkelijkheid in en om je heen niet in je macht te hebben. Afhankelijkheid kun je alleen ervaren in haar macht. Er hangt een vleug van ongewisheid om ons bestaan. Er zijn zeer veel dingen in ons leven die gebeuren die ons het besef bij br engen dat we onszelf niet in de macht hebben, dat maakt ons angstig.
De werkelijkheid in de zin van “als zich opdringende werkelijkheid, als macht”, is br on van religieus besef, God echter is weer een stap verder; een interpretatie van het religieuze oerbesef. Besef van afhankelijkheid veronderstelt een macht en macht veronderstelt een “buiten”. Zonder “buiten” lost religie op in subjectiviteit. Je moet geen scheiding maken tussen de religieuze wereld en de werkelijke wereld, want dan kan religie er ook net zo goed niet zijn.
Volgens Kuitert is religie een afgeleide van de menselijke ervaring van de werkelijkheid, van een “buiten” en daarom verwaarloos je een deel van ons menszijn als je religie afschrijft. Religie verleent betekenis en het sluit ook kennen in. Aan religie doen is niet je verstand thuislaten.
Mensen die aan religie doen hebben een bodem om op te staan. Niet een andere wereld, zoals de metafysica een wereld achter onze wereld aanneemt, daar kunnen wij niets van weten. Kuitert gelooft daar niet in, hij vindt dat de actieradius van de mens beperkt is tot de wereld waarin ze leven. Heel veel religiositeit en studie erover draait om het beantwoorden van de vraag waar de Overzijde opduikt en onder welke vermomming. Kuitert vindt dat de br on van religie juist de werkelijkheid is, de werkelijkheid waarin wij ons bewegen en waarvan wij deel uitmaken. Alleen via het gewone ervaren we het buitengewone. In de religie komen wij de werkelijkheid tegen als geïnterpreteerde werkelijkheid. Macht is zelf al het begin van zo'n interpretatie.
Zoals de oerervaring voor haar uitwerking is aangewezen op religies, zo zijn omgekeerd de religies geënt op de religieuze oerervaring, ze benoemen haar. Meest eenvoudige formule: hoe zullen we de Macht noemen waarvan we afhankelijk zijn?
Met de ervaring van afhankelijkheid kun je vele kanten op. Kuitert omschrijft het als ervaring van onze eigen contingentie. De werkelijkheid ervaren is altijd haar ervaren in haar dubbelheid: ze stelt gerust, maar ze beangstigt ook. Je kunt omgaan met de werkelijkheid Doorm overgave en door interactie. Dat zijn twee kenmerkende trekken van religies. Je vindt in religies altijd die beide manieren van omgaan met de werkelijkheid terug. Religies vertonen beide kenmerken tegelijk, al zijn er wel accentverschillen. Met interactie bedoelt Kuitert het pogen de werkelijkheid naar eigen hand te zetten. Met overgave bedoelt hij afzien van beïnvloeden, aanvaarden van de macht van de werkelijkheid als Macht en zich voegen. Religies kunnen als stileringen van de religieuze oerervaring worden opgevat.
Religie als overgave is een belangrijke interpretatie van de religieuze oerervaring. Voor westerse mensen is het frustrerend om afhankelijk te zijn, maar afhankelijkheid kun je ook positief ervaren. Je kunt haar uitleggen als opgenomen zijn in een groter geheel. Dit kan ook geruststelling oproepen. Hoe groter het besef van afhankelijkheid, des te sterker het besef van geborgen te zijn. Om het oerbesef van afhankelijkheid te laten uitgroeien tot een geborgenheidsbesef zijn er rituelen van meditatie en spirituele oefeningen. In aanvaarden kun je je oefenen. Wij zijn zelf deel van de oneindige werkelijkheid, wij hebben als eindige mensen wel een grens, maar de oneindigheid heeft die niet. Deze opvatting br engt ons panentheïsme bij; wij zijn niet God, maar als alles God is zijn ook wij dat.
Mensen leggen in hun religies uit hoe ze hun bestaan, hun verhouding tot de macht, hun afhankelijkheid dus, ervaren. In elke religie wordt de werkelijkheid wel als geborgenheid ervaren en als uitdaging beleefd. Geen mens leeft zijn leven zomaar, zonder nadenken, zonder gevoelend. Mensen beleven hun leven als een waarde en doen hun best er het beste van te maken. Daardoor nemen ze een actieve houding tegenover de werkelijkheid in. Een mens grijpt in in wat hij niet in de hand heeft. Ingrijpen in de werkelijkheid wordt van huis uit begeleid door religie. Cultuur en religie zitten op elkaars lip. Religies reiken middelen aan om de risico's die aan ingrijpen vastzitten tot een minimum te beperken. Mens en werkelijkheid gaan een interactie met elkaar aan.
Is de werkelijkheid ons welgezind? Hoe blijft ze ons welgezind? Werkelijkheid is macht buiten ons en dat is wat anders dan een persoon. De vraag “wie?” betekende de entree van de goden en in het verlengde daarvan ook de Christelijke God. De “wie”-uitleg heeft weer allerlei nieuwe religieuze interpretaties van de werkelijkheid in het leven geroepen.
Kuitert heeft 3 interpretaties van de religieuze oerervaring, de ervaring van de Macht, beschreven: je kunt haar ombuigen als een troost, als een uitdaging op je nemen en je kunt er een “wie zit erachter” van maken. Ingrediënten die in alle religies gezichtsbepalend zijn. Per religie zijn er accentverschillen,
Geloofsvoorstellingen leggen ervaringen van de mensen uit en ze ge br uiken daar hun taal voor. Geloofsvoorstellingen zijn taaluitingen, in taal onderge br achte betekenis die ze aan hun ervaringen toekennen. Geloofsvoorstellingen zijn een vorm van uitleg en op hun beurt op uitleg, interpretatie, aangewezen. Helaas denken veel mensen dat ze afvallig worden wanneer ze de voorstellingen niet ongeschonden doorgeven.
Elke religie bedient zich van geloofsvoorstellingen, want zonder taal kunnen wij ons niet uiten. Al is taal niet het enige expressiemiddel van religie. Religies bestaan uit enorme conglomeraten van voorstellingen, dat komt doordat ze een geschiedenis doorlopen. Geloofsvoorstellingen verschaffen gelovigen handvatten o met het Onbekende te kunnen omgaan. Het zijn handvatten die we aan br engen om enig houvast te geven aan wat we niet kunnen vastpakken. Religies ordenen, als geloofstradities, het leven van elke dag. Geloofsvoorstellingen zijn er om de omgang te vergemakkelijken en tegelijk verkleinen ze de grote ervaring.
Het is een trend om je terug te trekken op het geloof dat je met anderen deelt. Anderen tradities werken met andere geloofsvoorstellingen, die zijn je vreemd. Een benadering nieuwe stijl is geloofstradities voorstellen als verhalen, de aanhangers herken je aan hun verhaal en zij herkennen elkaar er weer aan. Het geloof doorgeven is het verhaal verder vertellen. Helemaal nieuw is dat niet, vroeger dachten alle religie zo. De benadering nieuwe stijl is voortgekomen uit de veelheid van religieuze waarheden als een onoplosbaar gegeven. Religieuze tradities voor te stellen als verhaal lijkt een uitweg uit de impasse. Religie wordt bij haar functie opgepakt. Een Amerikaanse onderzoeker heeft dit de cultureel-taalkundige benadering genoemd. Geloofstradities worden behandeld als een taalgemeenschap.
Wij kunnen niet boven de partijen staan als het om religie gaat want religie vraagt om geloof en geloof is een zaak van het hart.
Bezwaren van de nieuwe benadering:
- Christenen delen niet hetzelfde verhaal, zelfs niet binnen een kerkgemeenschap.
- Als je je op je eigen verhaal terugtrekt sluit je de ene weergave af voor de andere, dan maak je de religies immuun voor elkaar en misken je de ene, achter alle religies schuilgaande, religieuze oerervaring, de ervaring van de Macht. Je ontkent feitelijk zowel als praktisch de eenheid van religie.
- Het dringt ons een dilemma op: de ene mogelijkheid is jezelf niet bemoeien met anderen en jezelf niet bezighouden met de waarheidsvraag. De andere is dat je jouw waarheid toch de echte waarheid vindt, de anderen het bezit van de waarheid ontzegt en zo de concurrentie aangaat die je juist wilde vermijden. Dan liggen uiteindelijk zelf weer de godsdiensttwisten in het verschiet.
Geloven hoeft niet samen te vallen met alleen je eigen taal te spreken. Consensus of zoeken ernaar is altijd beter dan vechten voor eigen gelijk. Al is de consensus nog zo klein, er moet er toch één wezen, bijvoorbeeld dat alle mensen voor God gelijke waarde hebben.
Redenen waarom we elkaar niet behoren te dwingen als het om religieuze overtuigingen gaat:
- Religie veronderstelt vrijheid als vrijwilligheid en verdraagt zich niet met welke vorm van dwang dan ook.
- Als het om religie gaat weet niemand er het rechte van.
Religies als geloofsvoorstellingen formuleren waarop je mag rekenen, al blijven het ontwerpen van mensen; niemand weet het. Geloofstradities zij interpretaties van de Onbekende Macht, ontworpen door mensen van vroeger en wachtend op hun gelijk. Een ontwerp is onmisbaar, maar biedt geen garantie: je gelijk moet je nog krijgen.