Geloven en weten

Voor de mens bestaat er geen absolute zekerheid of waarheid. Mensen geloven op gezag van anderen, die het ook niet zeker weten omdat ze het ook weer van anderen hebben. Onze zekerheid is gebaseerd op ervaring of overtuiging waarmee we een voorschot nemen op onze eigen “definitieve kennis”. Het blijft een kwestie van vertrouwen. Als er strikte bewijzen op tafel komen is er geen sprake meer van geloven. Dat geldt ook voor godsdienstig geloven. Toch sluit geloven ook een vorm van weten in, want je gelooft altijd “ergens” in. Je gelooft in geloofspunten, een persoon of een goede zaak. Het sluit ook een element van denken in, maar nog niet alles is bedacht, we kennen de totale werkelijkheid nog steeds niet. Mijn inziens is het feit dat we niet alles weten een zegen, er bestaat niets mooiers dan geloven, ontdekken, bewijzen zoeken en tot de conclusie komen dat je het fout hebt, nog veel meer zult moeten weten om tot de waarheid te komen, zo blijft de wereld en ieder leven een grote ontdekkingsreis.

Volgens Augustinus is elk weten gebaseerd op een geloof, je moet eerst iets aannemen, ook al is weten naar de rangorde belangrijker. Toch vindt ook Augustinus dat je niet alles zomaar moet aannemen; geloven blijft altijd in functie staan van het weten. Voor het geloof is een autoriteit nodig en deze kiezen wij zelf. Men is vrij om een bepaalde autoriteit wel of niet te geloven. De keuze van een autoriteit wordt gemaakt met redelijke argumenten. Kenmerkend voor het geloven is dat de geloofsinhoud nog voorafgaand aan het weten positief als waar bevestigd wordt. Augustinus ziet geloven als niets anders dan met instemming denken. Volgens Augustinus zal de beloning van het geloven bestaan in het uiteindelijk zien van datgene wat tijdens het aardse bestaan geloofd wordt. Dit getuigd van een diep geloof, een geloof dat wat je gelooft absoluut waar moet zijn. Zelf geloof ik wel maar ben mij er van bewust dat dit aan het einde van het leven ook op een desillusie zou kunnen uitdraaien.

Al in de middeleeuwse filosofie was de relatie tussen geloven en weten (anders gezegd: tussen geloof en rede) een belangrijk discussiepunt. Men vroeg zich af of je dingen die je gelooft, bijvoorbeeld dat God bestaat, ook wetenschappelijk kunt bewijzen. Als dat zo was, zou je immers ook de ongelovige moeten kunnen overtuigen. Middeleeuwse filosofen hebben op verschillende manieren geprobeerd (wetenschappelijk) te bewijzen dat God bestaat. De meest bekende pogingen zijn die van Anselmus van Canterbury en die van Thomas van Aquino.

Thomas van Aquino:

Het is noodzakelijk iets aan te nemen wat vanuit zichzelf noodzakelijk is en geen oorzaak heeft voor zijn noodzakelijkheid buiten zichzelf maar veeleer de oorzaak is van de noodzakelijkheid van andere dingen. En dit wordt door alle mensen God genoemd.”

Er is een onderscheid te maken in persoonlijk geloof en zakelijk geloof.

Persoonlijk geloof berust niet op de rede, het is onvoorwaardelijk geloven in iemand. Het is een vorm van vertrouwen. Persoonlijk geloof is een geloof dat steunt op de verlangens, overtuigingen, vermogens en intenties van de gelovige persoon. Voor het ontstaan van persoonlijk geloof kan het nodig zijn dat iemand zich in de loop van de tijd als betrouwbaar heeft bewezen. Zodra het persoonlijk geloof er is is het onvoorwaardelijk, dan maakt men geen enkel voorbehoud meer. Als we er om zouden moeten wedden zouden we alles inzetten dat we hadden. Er is in deze vorm van geloof geen enkele wil tot controle om het zo mogelijk door weten te vervangen. Persoonlijk geloof is geen voorbereiding op weten, elke wens tot controle, om tot weten te komen, doet juist afbreuk aan het persoonlijk geloof en vernietigt het vertrouwen. Het persoonlijk geloof is onvervangbaar.

Zakelijk geloof berust op waarschijnlijkheidsredeneringen, bij deze vorm van geloof neem je op basis van redeneringen aan wat iemand beweert. Gebeurtenissen worden verklaard. Het rationele individu veronderstelt dat er een verklaring is en zal die proberen te ontdekken. Het zakelijk geloof berust op overwegingen van zakelijke aard. Dit zijn waarschijnlijkheidsredeneringen of berekeningen. Dit is altijd een voorwaardelijk geloof omdat altijd de mogelijkheid bestaat dat we bedrogen worden. Het liefst zou je willen controleren om het geloven door weten te vervangen. Het zakelijk geloof vraagt om een vervanging door of voltooiing tot weten. Als we er om zouden moeten wedden zou onze inzet niet hoog zijn.

Kant:

“Aan de hoogte van de inzet ken je de mate van geloof”.

Augustinus zegt dat er een verschil is tussen iemand geloven en in iemand geloven. Dit onderscheid kan worden aangeduid als een zakelijk geloven van een persoon en het persoonlijk geloven in een persoon.

Het persoonlijke geloof kan als een oorspronkelijke vorm van weten beschouwd worden. De persoon die een persoonlijk geloof in iemand heeft gelooft zo onvoorwaardelijk in die ander dat hij daardoor alle weten heeft die hij zich maar wenst. Iemand met een persoonlijk geloof gebruikt alleen de rede in zijn vrijheid van keuze van een autoriteit. De persoon waarin hij gelooft vertelt voor hem zonder twijfel de waarheid.

Dit is duidelijk onderscheiden van het zakelijk geloof dat vraagt om een vervanging of voltooiing door weten. Het zakelijk geloof is een soort voorbereiding van weten, terwijl in het persoonlijk geloof al weten besloten ligt, het vertrouwen dat het niet anders dan de waarheid kan zijn, het persoonlijk geloof is daarmee een soort oer-weten.

Bij Augustinus staat geloven altijd in het teken van voorlopigheid en heeft weten te allen tijde het laatste woord. Geloven is een onmisbare en noodzakelijke voorwaarde om tot inzicht te komen; weten is alleen maar mogelijk op grond van een voorafgaand geloof.

Geloven in de religieuze context is een vorm van overtuiging en vertrouwen in God of goden, een hogere waarheid of realiteit (bijvoorbeeld Nirvana), een instituut dat een bepaalde overtuiging belichaamt, of een systeem van leefregels.

Ook zijn er religies waar weten en geloven samengaan, en die geen inherente tegenstellingen of conflicten hebben met de wetenschappelijke wereld, bijvoorbeeld het boeddhisme. In veel culturen, zoals bij de traditionele Aboriginals in Australië, zijn er geen woorden om geloof en weten te differentiëren. Geloven en weten zijn daar één.

In de Islam is het ontoelaatbaar om te twijfelen aan de uitspraken van Mohammed zoals vastgelegd in de Koran. Volgens vele moslims is het tevens uit den boze om te twijfelen aan de verdere uitspraken en leefregels geopenbaard via Mohammed zoals vastgelegd in de Hadith. Twijfel of kritiek wordt in de Koran en tevens in de Sjaria als een zonde veroordeeld. Daarom kan men geloven in de Islam bijna gelijkstellen aan de waarheid waaraan niet te twijfelen valt door moslims.

Het religieus geloof kan mijns inziens zowel zakelijk als persoonlijk zijn. Ongeacht of we nu wel of niet denken dat er werkelijk een God bestaat, moeten we minstens toegeven dat het mogelijk is dat God bestaat. Je zou dit kunnen vergelijken met het concept “onschuldig tenzij schuld is bewezen”. Als het religieus geloof zakelijk is dan neemt iemand op basis van redeneringen aan wat iemand beweert, dit zijn waarschijnlijkheidsredeneringen. Als het religieus geloof persoonlijk is dan berust die niet op de rede , je gelooft dan onvoorwaardelijk, het is een vorm van vertrouwen.

Aan welk deel van het uitgebreide bestand aan indicaties en bewijzen kennen we persoonlijk de grootste waarschijnlijkheid toe? Wat onthult zich voor ons als waar?

G.K. Chesterton:

“De rede is zelf een kwestie van geloof. Je moet geloven dat het denken op enigerlei wijze aan de werkelijkheid beantwoordt”.

Er is een universum maar er is geen enkel hard en definitief bewijs hoe dit tot stand gekomen is. Het zou daarom rationeel zijn te geloven dat er een God is die dit tot stand heeft gebracht; dit door een gebrek aan ander bewijs.

Rousseau:

“De zichtbare ordening van het universum duidt op een verheven intelligentie. “

Dit geeft aan dat zelfs een verlichtingsdenker als Rousseau inziet dat als je de schepping rationeel benadert tot de conclusie moet komen dat er een verheven intelligentie is.

Omdat er geen hard bewijs is, is het tegelijkertijd rationeel en irrationeel te geloven dat er een God is. Er zijn dan wel geen bewijzen dat God bestaat, er zijn ook geen bewijzen dat God niet bestaat, dit rechtvaardigt mijns inziens dat religieus geloof zakelijk kan zijn: voor het bestaan van het universum en de vele zaken die nog door niemand doorgrond konden worden (vele facetten in de metafysica bijvoorbeeld) is nog geen enkele wetenschappelijke verklaring gevonden. Dit ondanks dat vele grote denkers en wetenschappers dit reeds vele eeuwen hebben onderzocht. Wij hebben dan nog wel geen voltooid weten maar kunnen dit met betrekking tot religieus geloof ook nooit krijgen. Filosofen zijn er zich altijd van bewust geweest dat een voltooid weten niet mogelijk is. Alleen de goden zoeken niet naar waarheid, die weten alles. De mens heeft weet van zijn niet-weten en beseft dat ook het bestaan van goden geen voltooid weten kan zijn. Religieus geloof zal mogelijk pas een voltooid weten zijn na de dood, maar omdat daar niemand van terugkeert (naar westerse religies gezien) zal een mens nooit een voltooid weten kennen tijdens het leven.

Wel kun je  het religieus geloof dus ook een zakelijk geloof noemen, je kunt redeneren dat het wel waar moet zijn, eenvoudig weg omdat alle andere verklaringen uitgesloten zijn. De dingen zelf bepalen de waarheid.

Een religieus geloof zou ook van persoonlijk geloof over kunnen gaan naar zakelijk geloof. Je kunt onvoorwaardelijk geloven maar door omstandigheden komen er scheurtjes in dit onvoorwaardelijke vertrouwen. Er gaat een geliefde dood en er gebeuren meer nare dingen in je leven, dan kun je gaan twijfelen en je hele geloof kwijt raken. Ook zou het kunnen dat je dan een zakelijk geloof krijgt, je gaat redeneren en gaat zelf de bijbel onderzoeken en komt tot een andere conclusie dan die je tot nu toe altijd in de kerk hebt gehoord en vertrouwd als waarheid, dan is het persoonlijk geloof kapot gemaakt, maar er komt een nieuw zakelijk geloof voor in de plaats.

Anderen bemiddelen en delen de waarheid mee dan moet je dus weten dat de middelaar geloofwaardig of geloven dat hij dat is. Maar hoe weet je dat de middelaar geloofwaardig en betrouwbaar is? Dat kun je alleen zeker weten als de waarheid direct aan de middelaar en aan jezelf geopenbaard zou worden, dat zou de rol van de middelaar dan wel overbodig maken. In het religieus geloof is hier geen sprake van, elke openbaring of teken van de waarheid wordt door een middelaar gebracht. Er zijn mensen die zeggen zelf openbaringen te hebben gehad, bijvoorbeeld Maria die aan hen verscheen maar wat als je zelf zo een openbaring zou krijgen? Zou je dan zeker weten dat jouw religie de waarheid is? Zelfs dan kun je  twijfelen of wat jij gezien hebt wel waar is, of het geen vlaag van verstandverbijstering is. Jij bent dan middelaar voor anderen en er zullen mensen geloven dat je gelijk hebt maar er zullen nog meer mensen twijfelen of zelfs zeggen zeker te weten dat het niet de waarheid is. Dan zie je duidelijk het verschil in persoonlijk geloof en zakelijk geloof. Het persoonlijk geloof, het onvoorwaardelijk geloven in iemand  zie je dan alleen bij mensen die jou kennen of bij mensen die jou als autoriteit zien.

Dit maakt dat mensen Maria verschijningen pas geloven als een autoriteit, de kerk, heeft vastgesteld dat het de waarheid is. Er wordt in sommige gevallen zelfs geprobeerd wetenschappelijk aan te tonen dat bijvoorbeeld een Jezus beeld waarbij tranen verschijnen echt zijn, men komt dan met allerlei apparatuur en doet dagen onderzoek. Mensen die een persoonlijk geloof hebben worden zo aan het twijfelen gebracht, maar zij zullen zeggen “deze keer kan het wonderteken niet echt zijn, dus is het logisch dat het onderzocht wordt”, zo houden zij toch vast aan hun geloof, onvoorwaardelijk. Mensen met een zakelijk geloof, kunnen het onderzoek toevoegen aan hun waarschijnlijkheidsredeneringen en het kan hen aan het twijfelen brengen over hun religieuze geloof.

Zelf denk ik dat, met betrekking tot een religieus geloof, een persoonlijk geloof veel sterker is dan een zakelijk geloof. Een persoonlijk geloof kan alleen kapot gemaakt worden door weten, maar er komt in het leven geen weten. De volmaakte vorm van geloven is als je geen weten meer nodig hebt.

De negatieve kant van een persoonlijk geloof is dat mensen die deze vorm van geloof hebben geen enkele twijfel over hun geloof hebben, wat met zich mee kan brengen dat zij niet vatbaar zijn voor alternatieve rationele of logische verklaringen en benaderingen, noch het beschikbaar komen van nieuwe feiten. Dit zou je ook “blind” geloof kunnen noemen.

Voltaire:

“Als God niet bestaat moet hij worden uitgevonden”.

Erika Baardwijk

0545457