Feminisme en islam

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     Essay Thema Godsdienst

 November 2006

Erika Baardwijk

                                                                                     

Inleiding

Naar aanleiding van het artikel van Rita M. Gross, Feminism and Religion , wil ik in dit essay kijken naar de rol van vrouwen binnen de islam.

Ik heb dit onderwerp onderzocht op de wijze die Gross uiteenzet in haar artikel; door vrouwen te bestuderen in plaats van culturele normen en verwachtingen die men van vrouwen heeft.

Gezien de beperkte omvang van dit essay, heb ik ervoor gekozen om de mening van 3 feministische Arabische wetenschapsters te bestuderen over dit onderwerp; Asma Barlas, Nawal El Sadaawi en Hanan Ashrawi. Ik heb juist voor deze vrouwen gekozen omdat zij het onderwerp elk vanuit een andere invalshoek benaderen en vanuit een verschillende achtergrond.

Asma Barlas komt oorspronkelijk uit Pakistan en is momenteel hoogleraar politicologie aan het Ithaca College te New York. Asma Barlas heeft in haar boek, Believing Women  in Islam: Unreading Patriarchal Interpretations of the Qur'an (2002), een feministische theologie ontwikkeld op basis van een feministische herinterpretatie van de Koran, waarbij zij zich met name richt op patriarchale exegese van de Koran. Barlas beschrijft in haar artikel, Muslim women & sexual oppression: reading liberation from the Quran, hoe een verkeerde interpretatie van de Koran tot foutieve conclusies kan leiden met betrekking tot het leven van moslimvrouwen.

Nawal El Sadaawi is een Egyptisch feministische schrijfster en arts. Zij zet zich al sinds de jaren 70 van de vorige eeuw in voor islamitische vrouwen en heeft talrijke boeken geschreven over dit onderwerp. In 1980 schreef zij “ De gesluierde Eva ”, gebaseerd op haar ervaringen als arts, hierin beschrijft zij de positie van de vrouw in het Egyptische gezin. Haar beschrijvingen van islamitische vrouwen zijn nog steeds actueel, wat ook blijkt aan de heruitgave van bovengenoemd boek in 2005.

Volgens El Sadaawi wordt de godsdienst in traditionalistische maatschappijen vaak ge br uikt om een einde te maken aan het zoeken naar de waarheid en zo voor de instandhouding van het patriarchale gezin.

Hanan Ashrawi is een Palestijnse politica en taalkundige. Tot 1995 was zij rector aan de universiteit van Birzeit op de Westelijke Jordaanoever. Sinds 1994 is Ashrawi tevens lid van het Comité voor de Voorbereiding van een Onafhankelijke Palestijnse Staat. Verder is zij Minister van Hoger Onderwijs geweest en heeft zij in 1998 de MITAH opgericht: het Palestijns Initiatief voor een Algemene Dialoog en Democratie. In 2003 kreeg Ashrawi de Sydney Vredesprijs.

In tegenstelling tot  Asma Barlas en Nawal El Sadaawi, heeft Hanan Ashrawi geen islamitische achtergrond, maar een christelijke, momenteel is zij, naar eigen zeggen, atheïstisch.

Voor de drie vrouwen aan bod komen begin ik met een beschrijving van de onderzoeksmethode van Rita M. Gross, een Amerikaanse onderzoekster die zich gespecialiseerd heeft in feminisme, gevolgd door een algemeen beschrijvend deel over vrouwen in de islam uit het boek, Muslim, ” van Andrew Rippin, Professor in Canada gespecialiseerd in Islamitische studies. Andrew Rippin haalt in zijn boek meerdere malen Nawal El Sadaawi aan en ook andere islamitische schrijfsters, die hier niet aan bod zullen komen.

Rita M. Gross

Religie is niet alleen maar een abstracte set ideeën maar ook iets dat wordt uitgeoefend door mensen, waarvan de helft vrouw is. Tot voor kort werd er nauwelijks gekeken naar vrouwen en religie. Rita M. Gross bespreekt de problemen en methoden van onderzoek naar vrouwen en religie.

Toen de wetenschap zich ging bezighouden met vrouwen en religie was het grootste probleem welk onderwerp men moest bestuderen. In het begin werd vooral verwacht dat men uitging van stereotypen, bijvoorbeeld waarom vrouwen zo weinig betrokken waren bij religie.

Pas later werd duidelijk dat men vrouwen moest bestuderen in plaats van culturele normen en verwachtingen die men van vrouwen had. Vrouwen moesten het onderwerp van studie worden.

Het is, volgens Gross, van belang actuele levens en gedachten van vrouwen te bestuderen. We moeten weten met welke religieuze praktijken vrouwen zich bezighouden en of ze dit samen met mannen doen of apart. Tevens moet onderzocht worden wat deze activiteiten betekenen voor de vrouwen. Verder is het van belang om te weten of en hoe de ervaring en de interpretatie van een religieuze traditie afwijkt van die van mannen.

Vrouwen moeten bestudeerd worden als religieus onderwerp op zich en niet als een object in de religieuze wereld van mannen.

Een opvallend feit is dat je vaak ziet dat vrouwelijk religieus leven meer uitvoerend is dan theoretisch. Vaak leggen vrouwen niet uit, zelfs niet voor zichzelf, wat ze doen en waarom. Als ze dat wel doen nemen mannen dit vaak niet serieus. Het is daarom van groot belang bij onderzoek de juiste vragen te stellen en goed te luisteren.

Verder kwamen diverse andere feiten over vrouwelijk religieus leven naar boven: onder andere dat religieuze ervaring 2 contrasterende effecten lijkt te hebben op vrouwen: het kan meerwaarde geven aan het gewone huiselijke leven van vrouwen maar het kan vrouwen ook wegtrekken van hun gewoonlijke activiteiten in meer ongewone rollen zoals non, leider, sjamaan of stichtster van nieuwe bewegingen.

Religie kan vrouwen steun geven maar soms juist negatieve stereotypen en kritiek.

Binnen een religie kunnen verschillende houdingen tegenover vrouwen voorkomen. Sommige stromingen binnen bijvoorbeeld de islam steunen vrouwen, terwijl andere zelfs vrouwenhaat vertonen. Als we het religieuze leven van vrouwen onderzoeken kunnen we dus niet generaliseren binnen een religieuze traditie.

Ook al willen we het religieuze leven van actuele vrouwen bestuderen, je vervalt al snel in het bestuderen van de visie op vrouwen en meningen over vrouwen. Toch kunnen we veel leren als we de culturele normen over vrouwen bestuderen. Ze moeten in ieder geval bestudeerd worden omdat de culturele normen veel invloed hebben op het leven van vrouwen. We moeten dan niet alleen de normen verzamelen maar vooral ook de interpretaties reconstrueren.

Als het onderwerp van onderzoek duidelijk is kunnen we ons richten op de methode van onderzoek.

Drie benaderingen worden door Gross gesuggereerd:

- Iedere religie, inclusief de mogelijkheden voor vrouwen in die religie, wordt als een onafhankelijke, geïsoleerde entiteit beschouwd.

- Uitgaan van een br eder kader; een evolutionair model van de religieuze geschiedenis om de betrokkenheid van vrouwen in religies aan te geven en de verschillende beelden die men van vrouwen heeft.

- Zoeken naar nieuwe vergelijkende categorieën in eerder verwaarloosd materiaal over vrouwen en het vrouwelijke.

Andrew Rippin

Volgens Rippin is de afzondering van vrouwen het meest opvallend in hoe het westen naar de islamitische samenleving kijkt. Dit plaatje varieert enorm per gebied en stroming. Het gaat daarbij om de eer van de familie. Het vrouwengedrag moet gecontroleerd worden om de eer van de man te beschermen.

Afzondering van vrouwen is altijd een groot discussiepunt geweest binnen de islam. Sommigen zeggen dat dit geen onderdeel van de religie is, anderen zeggen van wel.

In de Koran is niet te vinden dat een vrouw geheel gesluierd zou moeten zijn, daarom wordt vaak gesuggereerd dat dit meer en uiting van cultuur is dan een uiting van religie.

Toch staan er wel gedeelten in de Koran die aangeven dat een vrouw een andere status heeft dan een man:

Koran 2/282 stelt dat de getuigenis van twee vrouwen is vereist om gelijk te zijn met die van een man.

Koran 4/11 stelt dat een erfenis voor een vrouw minder is dan die voor een man.

Koran 2/223 zegt dat de man beslist wanneer er huwelijksgemeenschap plaatsvindt.

Gelijkheid is altijd een belangrijk woord als we over vrouwenzaken praten.

Veel vrouwelijke islamitische schrijfsters komen tot de conclusie dat het onderwerp “vrouwen” niet een religieuze kwestie is, religie is het antwoord, niet het probleem of de br on. De religie zoals die in de Koran en de soenna wordt gevonden geeft een definitie van de “natuurlijke orde” van zaken en als dit juist geïmplementeerd zou worden dan zouden alle mensen tevreden zijn, zowel mannen als vrouwen.

Vaak wordt ook gezegd dat God niet voor niets 2 geslachten heeft geschapen. Het is de natuur dat er verschillen zijn tussen mannen en vrouwen.

Het huiselijke leven als kern van de islamitische normen en waarden heeft een centrale waarde gekregen in de moderne tijd. Zeker in gebieden die niet dominant islam zijn. Het huis wordt dan de representatie van een islamitisch paradijs.

Nawal El Sadaawi protesteert tegen de islamitische veronderstelling dat de plaats van de vrouw thuis is en dat er corruptie ontstaat als vrouwen werkzaamheden buitenhuis zoeken.

El Sadaawi: “Deze mannen negeren het feit dat 80 % of meer van de vrouwen in Egypte boerinnen zijn die nog nooit een sluier hebben gedragen. Zij verlaten hun huis elke dag om in de velden te werken. Denken deze mannen dat deze miljoenen vrouwen afstand hebben gedaan van hun vrouwelijkheid en dat ze worden blootgesteld aan morele corruptie of een ge br ek hebben aan bescherming van hun geloof of eer? Als dat zo zou zijn, waarom zwijgen deze mannen dan? Waarom hebben ze er niet voor gezorgd dat hun vrouwen thuis beschermd werden in plaats van op het veld te werken? Zouden zij geloven dat vrouwelijkheid en er alleen genoten worden door een kleine minderheid van Egyptische vrouwen?

Sadaawi komt tot de conclusie dat voor een groot deel van de moslimvrouwen de moderniteit een verwaarloosbaar effect heeft. De islamitische argumenten zijn voor een groot deel alleen waar te nemen in de stedelijke gebieden, waar sociale en economische motieven achter het verwerpen van feministische argumenten zitten. Maar de realiteit in de stedelijke gebieden mag niet over het hoofd worden gezien. Volgens haar is de stelling dat de islamitische vrouw thuis hoort een roep om terug te keren naar de veilige waarden uit het verleden die uitgewerkt zijn in de Koran en de soenna.

Asma Barlas

Asma Barlas geeft aan, net als Rita Gross dat wij ons bewust moeten zijn van de diversiteit binnen de islam. Er zijn miljoenen moslims in diverse gebieden, zodat ook als we het over vrouwen en islam hebben, wij altijd met andere verschijningsvormen te maken hebben, er zijn zoveel verschillende culturen en samenlevingen. Ondanks dat zien we toch, volgens Barlas dezelfde vormen van ongelijkheid en discriminatie van vrouwen.

Barlas beschrijft in haar artikel “ Muslim women & sexual oppression: reading liberation from the Quran ”, hoe de Koran vaak gelezen wordt op een manier dat deze seksuele ongelijkheid, onderdrukking en patriarchaat verkondigt. Zij laat in dit artikel zien dat het onjuist is de Koran op deze manier te interpreteren, dat het juist gezien kan worden als een antipatriarchale tekst. Barlas geeft wel duidelijk aan dat zij de onderdrukking van vrouwen niet alleen terug wil voeren op de Koran en andere islamitische br onnen, maar dat dit ook veroorzaakt wordt door de cultuur, politiek, economie; zaken die allemaal niets met de islam te maken hebben. Toch is het, volgens Barlas, zeker voor vrouwen erg belangrijk hoe teksten als de Koran worden geïnterpreteerd. Barlas vindt de bevrijding van vrouwen niet typisch westers of feministisch, zij vindt het intrinsiek aan de Koran als deze tenminste op de juiste manier geïnterpreteerd wordt. Een verschil met westerse feministen is dat Barlas het geen probleem vindt om mannen en vrouwen verschillend te behandelen, als dit maar niet in ongelijkheid uitmondt.

Volgens Barlas getuigt Koran 4/11 (dat een vrouw minder erft dan een man) niet van ongelijkheid, daar de man belast is met het onderhoud van zijn familie en daarom ook een groter deel nodig heeft.

Ook Koran 2/282 (2 vrouwen getuigen gelijk aan 1 man), wil volgens Barlas niet zeggen dat de vrouw gezien wordt als maar de helft van een man. Bijvoorbeeld in het geval dat een man zijn vrouw van overspel beschuldigt, dan heeft hij 4 getuigen nodig, krijgt hij die niet bij elkaar dan geeft de Koran een groter gewicht aan de verklaring van de vrouw, als zij zweert onschuldig te zijn dan kan de man verder geen juridische stappen meer tegen haar ondernemen.

Verder zegt Barlas dat de Koran polygamie toestaat, niet om zo de man te bevoordelen, maar juist ter bescherming van de vrouw, het geeft de mogelijkheid voor weduwen en wezen om toch te trouwen; het vers stamt uit een tijd met veel oorlogen waarin velen sneuvelden, de mannen die overbleven namen de weduwen die anders in armoede overbleven als vrouwen erbij. Het vers is dus zeker niet bedoelt om aan de seksuele verlangens van mannen te voldoen, zo als vaak wordt gesuggereerd.

Asma Barlas komt tot de conclusie dat de Koran de vrouw niet als mindere van de man beschouwt. De Koran beschouwt man en vrouw als gelijken, zij zijn ieder verantwoordelijk voor andere zaken, die niet minder belangrijk zijn. Vrouw en man worden in de Koran elkaars “awliya” genoemd, dat wil zeggen elkaars wederzijdse beschermers.

Asma Barlas komt daarmee tot de conclusie dat ons begrip van de islam afhangt van hoe we de Koran interpreteren en daarmee de rol van de vrouw.

 

Nawal El Sadaawi

Vooral de godsdienst wordt in traditionalistische maatschappij vaak ge br uikt om een einde te maken aan het zoeken naar de waarheid. Nawal El Sadaawi is hoe langer hoe meer tot het inzicht gekomen dat godsdienst in onze tijd meestal een instrument is in handen van de economische en politieke machthebbers en door regeerders vaak wordt ge br uikt als een middel om hen die geregeerd worden te onderdrukken. Godsdienst wordt volgens El Sadaawi ge br uikt voor de instandhouding van het patriarchale gezin.

Veel westerse br onnen trachten de problemen van de Arabische vrouw toe te schrijven aan de ge br uiken, waarden en aard van de islam. Terwijl de geschiedenis steeds opnieuw heeft bewezen dat de onbevoorrechte positie van de vrouw en de onderdrukking, uitlopers zijn van het sociaal-economische systeem.

El Sadaawi benoemt in haar boek tal van problemen waarmee moslimvrouwen in sommige landen te maken hebben, daarbij spitst zij zich voornamelijk toe op Egypte; onder andere vrouwenbesnijdenis, uithuwelijking, aanrandingen door mannelijke familieleden en als een vrouw haar maagdelijkheid voor het huwelijk verliest is ze gedoemd om voor de rest van haar leven haar eer te verliezen.

Maagdelijkheid is belangrijker dan het leven van een meisje. Als maagd het huwelijk in is een morele eis die alleen aan vrouwen wordt gesteld. Als het maagdenvlies echt een orgaan was ter bescherming van de maagdelijkheid, zou God of de natuur er zeker voor hebben gezorgd dat alle maagdenvliezen bij de 1 e coïtus bloeden.

Gelukkig draagt het onderwijs, en in het bijzonder bij een toenemend aantal meisjes, zowel als het feit dat steeds meer vrouwen een betaalde baan buitenshuis zoeken, ertoe bij dat de persoonlijkheid van de Arabische vrouwen vrij snel verandert. Ze worden onafhankelijker.

De passiviteit die je bij Arabische vrouwen ziet is geen aangeboren eigenschap, maar een door de maatschappij opgelegde houding. Al wat van belang is is eruit gehaald en dus blijft alleen haar lichaam over. Ze kan niets anders doen dan zich bezighouden met haar lichaam. De maatschappij doet al wat ze kan om haar ervan te overtuigen dat ze niet meer is dan een lichaam. Kranten, reclame, tijdschriften die zich op de vrouw richten, behandelen haar als een stuk vlees. En zelfs dat kan de vrouw niet behandelen zoals ze zelf wil, anderen beslissen hoe ze eruit moet zien. Het is de verdienste van de feministische beweging dat men is begonnen met het formuleren van nieuwe waarheden die haar echte lichamelijke, biologische en geestelijke eigenschappen recht doen en de echte oorzaken van de vervorming van alle aspecten van haar aard en leven tracht te ontmaskeren.

Hanan Ashrawi

In haar boek “ This side of peace” beschrijft Hanan Ashrawi dat haar medestudenten aan de Amerikaanse universiteit van Beiroet, waar Ashrawi natuurkunde en engels studeerde, een mix waren van moslims en christenen en dat ze niet wisten niet wie wat was en dat dit ook geen issue was. Ashrawi werd zich pas veel later bewust werd van haar eigen christendom en hoe dit onderdeel was van haar authenticiteit als Palestijnse. Haar moeder was Libanees en zeer devoot christen, haar vader van origine Grieks orthodox.

Na de oorlog van 1967 begon Hanan met het opzetten van vrouwelijke revolutionaire groepen. In 1969, toen Hanan nog in Beiroet studeerde, bezocht ze een vergadering van Palestijnse studenten in Aman en ervoer voor het eerst hoe het was vrouw te zijn in een Arabische door mannen gedomineerde omgeving. Men vroeg haar tevergeefs lange mouwen en een hoofddoek te dragen.

Daarna werd ze Graduate student in Charlottesville (VS) aan de universiteit van Virginia. Daar was het niet moeilijk om als vrouw geaccepteerd te worden, maar wel als Palestijnse. Men dacht vaak dat ze ofwel aan buikdansen deed ofwel terroriste was. Maar toen zij solliciteerde naar een beurs voor haar dissertatie stuitte zij er wel op vrouwendiscriminatie; een machtig wetenschapper was er tegen om de beurs aan een vrouw te geven die hoorden alleen te trouwen en kinderen te krijgen.

Hierna keerde ze terug en ging aan de universiteit van Birzeit werken. Daarbuiten startte ze samen met een aantal vrouwen feministische studiegroepen. Tevens werd ze lid van een ondergrondse Palestijns-Israelische organisatie die voor het stoppen van de bezetting was en een twee-staten oplossing.

Ashrawi beschrijft dat Palestijnse vrouwen door de intifada op zichzelf aangewezen werden en ze het initiatief gingen nemen en deelnemen aan commissies, projecten en ondernemingen. Dit heeft veel veranderd voor in het bijzonder de islamitische Palestijnse vrouwen, wiens leven tot die tijd beperkt was tot de taken binnenshuis.

Volgens Ashrawi hebben Palestijnse vrouwen een soort felheid ontwikkeld, doordat ze dubbel gediscrimineerd worden; als vrouw en door hun nationale identiteit. Velen namen de wapens of pakten politiek werk op.

Ashrawi zegt: “Ze ontwikkelen een soort trots, dat voorbijgaat aan de slachtofferrol. Te zien aan hun ogen en houding. Zelfs bij hen die nog wel gevangen zitten in de traditie.”

Conclusie

Wat mij opviel is dat de discussie over de rol van vrouwen binnen de islam steeds meer plaats lijkt te maken voor de politiek. Grote strijdsters voor vrouwenrechten zoals Nawal El Sadaawi en Hanan Ashrawi houden zich tegenwoordig meer met politiek bezig dan met vrouwen. Ook in Europese landen wordt het lot van de vrouw binnen de islam tegenwoordig tot een politieke zaak gemaakt zoals verboden op burka's en hoofddoekjes. Wat zeker niet ten gunste van de islamitische vrouwen is bedoeld, maar meer een strijd is tegen de islam, wil men daarmee de “vijand” onzichtbaar maken?.

Religie is steeds verder uit de politiek verdreven, maar in plaats van naast elkaar te bestaan moet religie steeds meer onzichtbaar worden.

Volgens Hermann Lübbe is in Europa onderschikking van de godsdienst aan politieke normering het principe, volgens hem is het Europese model nog steeds bevangen door de wens van Karl Marx om ‘ de burgerlijke bevrijding van de religie te overtroeven door de bevrijding van de mensheid van religie'.

Mijns inziens is kunnen de huidig ontwikkelingen alleen maar ten nadele zijn van moslimvrouwen. De strijd voor vrouwen wordt in Arabische landen naar de achtergrond verschoven door de vele politieke problemen, in westerse landen zoekt men steeds meer de oorzaken van geweld in religie, men gaat religieuze uitingen verbieden en men gaat voorbij aan het feit dat religie meer dan ooit een individuele aangelegenheid is.

Toch kunnen wij, wat onder andere Nawal El Sadaawi terecht opmerkt, de onderdrukking van vrouwen niet hoofdzakelijk toeschrijven aan religie, dit is in de meeste gevallen veel meer een sociaal-economisch probleem, of zoals Asma Barlas stelt; een verkeerde interpretatie van religieuze br onteksten.

Zelf zie ik de onderdrukking van vrouwen meer als fenomeen van cultuur dan van religie, maar omdat religie en cultuur zo met elkaar verweven zijn kunnen wij er niet omheen om het onderwerp vrouwen en religie te bestuderen. In het geval van de islam is de religie veel meer met het dagelijkse leven verweven dan binnen het christendom, dit heeft ook grote invloed op het leven van vrouwen. Nu de islam veelal negatief in het nieuws komt, is het al te gemakkelijk om de onderdrukking van islamitische vrouwen geheel toe te schrijven aan de religie. Daarmee worden de problemen van die groepen vrouwen te gemakkelijk afgedaan. Het impliceert dat als de vrouwen een andere godsdienst zouden hebben al hun problemen opgelost zouden zijn, tevens wordt dan voorbij gegaan aan het feit dat de islam en de Arabische cultuur zich in elk geografisch gebied anders uiten. Er is een wisselwerking tussen cultuur en religie, waarbij mijns inziens beiden volwaardig bestudeerd moeten worden.

Het is, zoals Rita M. Gross ook aangeeft, van belang actuele levens en gedachten van vrouwen te bestuderen, daarmee komen wij te weten hoe vrouwen religie beleven en welke uitingen religieus dan wel cultureel zijn. Ook komen wij dan pas te weten hoe de vrouwen bepaalde aspecten van hun leven ervaren. In het westen wordt vaak verondersteld dat vrouwen in een burka ongelukkig zijn en onderdrukt, maar dit hoeft niet de ervaring van die vrouw zelf te zijn.

Alleen begrip en respect voor elkaar kan een nieuw soort samenleving creëren, een samenleving waarin er gelijkheid tussen mannen en vrouwen, tussen belijders van welke religie dan ook, of mensen van welke afkomst dan ook bestaat. Omdat religie niet in elk land steeds verder uit de politiek is verdreven, zoals in het westen, is het van belang zich meer met de interreligieuze dialoog bezig te houden en daarnaast ieder individu met begrip en respect te behandelen en een ieder vrij te laten in zijn eigen geloofsbeleving, dit hoeft niet conform een bestaande religie te zijn maar kan ook op basis van andere normen en waarden zijn.

Bronnen

Boeken

Ashrawi, H, This side of peace , Touchstone, New York , 2006.

El Saadawi, N, De gesluierde Eva , Rainbow pockets, Amsterdam, 2005.

Rippin, A, Muslims; their beliefs and practices, Routledge, OXON 2005 .

Artikelen

Gross, R.M., Feminism and Religion.

Terpstra, M, Wit, T. de, Religie na het verlies van haar autoriteit. Hedendaagse politieke denkers over de verhouding van politiek en religie .

Barlas, A., Muslim Women & Sexual Oppression: Reading Liberation from the Qur'an, in Macalester International Vol. 10 voorjaar 2001.