Erika Baardwijk
Historische theologie van Ellacuria
Ellacuria is tegen idealiseringen; visies op de werkelijkheid die de werkelijkheid verbergen en vervormen. Werkelijkheid is niet alleen wat er is, maar ook wat we willen dat er zou zijn en wat we er aan doen.
Toen christelijke theologen zich temidden van onrechtvaardigheid en geweld bevonden hadden ze twee mogelijkheden:
- Over deze werkelijkheid praten vanuit hun geloof.
- Over deze werkelijkheid praten van buiten hun geloof, want het was niet noodzakelijk voor het christelijke geloof om zich te bemoeien met wereldse zaken en politiek.
Dit was een cruciale ervaring voor de bevrijdingstheologie, welke vanaf het begin, eind 60-er jaren vorige eeuw, door Ellacuria werd gepromoot.
Maar is het voor een religie wel mogelijk om hun geloof op te leggen aan de samenleving, die uit diverse gezindten bestaat? Vanaf eind jaren 60 besloten een groot aantal van de Latijns-Amerikaanse theologen met de grote problemen in hun maatschappijen om te gaan als theologen, om 3 redenen:
- Het was niet zomaar een probleem, het ging om het overleven van een meerderheid van de wereldpopulatie, de God van het leven en Jezus Christus zou hier niet onverschillig tegenover staan.
- De Latijns-Amerikaanse gemeenschap was openlijk christelijk en veel mensen begonnen vragen te stellen als “wil God dat we zoveel lijden?”.
- De machthebbers gebruikten vaak theologische argumenten om de gevestigde orde te rechtvaardigen; “Het is de wil van God”.
Theologen riepen dat dit niet Gods wil was en dat God tegen onrechtvaardigheid is en luistert naar het volk.
In de 60-er en 70-er jaren ontstond een luid protest en men wilde bevrijding. Ellacuria erkende dat deze roep niet via de armen de kerk bereikte, maar via links radicale groeperingen. Dit noodzaakte de kerk om de ogen te openen voor de ellende van de massa. De theologie introduceerde bevrijding als onderwerp van gesprek.
Ellacuria hielp mee een nieuwe theologie te creëren. Geloof werd ingelijfd in het leven en het leven in het geloof. Latijns-Amerikaanse theologen wilden vanuit hun christelijke geloof tegenover deze inhumane situatie staan. Door de kerkelijke autoriteiten werd het afgewezen, het werd als een gevaar gezien voor het geloof van de kerk, omdat het een andere methode van begrip van de wereld geeft en van christelijk besef, tevens zou het alle methoden van het kerkelijke leven veranderen.
Ellacuria wilde de christelijke theologie niet bezoedelen met Marxisme, hij zocht meer een manier om een historische theologie te creëren. Hij verstond onder historische theologie een juiste theologische methode; nadenken over het geloof vanuit de historische werkelijkheid en nadenken over de historische werkelijkheid vanuit het geloof. Volgens Ellacuria is alle theologie, net als alle algemene menselijke kennis, bepaald door de historische werkelijkheid. Historische theologie vereist bewuste reflectie op zijn historische origine. Degene die reflecteert doet dit vanuit een persoonlijk standpunt. Ellacuria en zijn collegae kozen ervoor dit te doen vanuit de onderdrukte Latijns Amerikaanse meerderheid, meer algemeen vanuit de Derde Wereld meerderheid. Ellacuria verstond onder plaats geen geografische locatie maar een menselijke situatie.
Rudolf Bultmann ontwikkelde existentiële bijbelse hermeneutiek; het geloof dat ieder individu de bijbel alleen kan lezen en begrijpen vanuit zijn persoonlijke existentiële situatie. Zo komt de bijbel tot leven als het gerelateerd wordt aan een geloofservaring van de spreker. Er ontstaat zo een “hermeneutische cirkel' of “interpretatie cirkel”.
Door deel te nemen aan de hermeneutische cirkel kwam Ellacuria een stap verder.
Persoonlijke ervaring wordt niet ondermijnd, maar wordt als een collectieve ervaring geplaatst.
Het Nieuwe Testament sluit het gemeenschappelijke aspect van geloof niet in of uit, het radicaliseert het en maakt het universeel. Het radicaliseert het door Gods verbond met zijn volk meer te gedenken als wetten en liturgische rituelen; Het is een uitnodiging tot liefdadigheid en rechtvaardigheid, niet als afzonderlijke handelingen, maar als stabiele structuur.
Verder maakt het Nieuwe Testament het gemeenschappelijke aspect van geloof universeel. Jezus communiceert met iedereen, ongeacht ras, cultuur, sekse, religie of sociale situatie.
Bevrijdingstheologie is samengesteld uit 2 elementen:
-Het is een nieuwe methode om theologie te vormen, het is wat Ellacuria noemt “historische theologie”. Niet alleen om het heden te begrijpen, maar ook om het te beïnvloeden en menselijker te maken. Op deze wijze zou bevrijdingstheologie zijn wat academisch “fundamentele theologie” wordt genoemd; reflectie op de grondbeginselen van geloof en, in de uitwerking daarvan, ontwikkeling van doctrine.
-Het is de toepassing van de theologische methode die in Latijns Amerika bekend staat als “historische theologie”. Op deze wijze zou bevrijdingstheologie zijn wat academisch “systematische theologie” wordt genoemd; een reflectie op het christelijke geloof.
Doordat de bevrijdingstheologie ook een fundamentele theologie is, kan het toegepast worden in andere historische contexten. Het handelt over een theologie die het inhumane uit de samenlevingen wegneemt. Het probeert de voortgang van vermenselijking te zien in het licht van “het goede nieuws van Jezus”.
Jaren na de dood van Ellacuria kunnen wij onszelf afvragen hoe deze theologische methode onze manier van leven in het geloof kan verrijken en hoe het de samenlevingen kan vermenselijken. Ook tegenwoordig kennen wij nog diverse moeilijkheden in de menselijke werkelijkheid, onder andere islamitisch geweld, drugshandel, geweldscultuur en terrorisme.
De erfenis van Ellacuria zou voor een christen niet het herhalen van zijn theologische thesis moeten zijn, maar zou moeten bestaan uit het samenstellen van nieuwe historische theologieen.
“Openbaring” volgens Kuitert en volgens Ellacuria
Volgens Kuitert is de werkelijkheid, in de zin van “als zich opdringende werkelijkheid, als macht” bron van religieus besef. Besef van afhankelijkheid veronderstelt een macht en macht veronderstelt een “buiten”. Zonder “buiten” lost religie op in subjectiviteit. Volgens Kuitert is religie een afgeleide van de menselijke ervaring van de werkelijkheid, van een “buiten”. Religie verleent betekenis en het sluit ook kennen in.
Je kunt omgaan met de werkelijkheid door overgave en door interactie. Dat zijn twee kenmerkende trekken van religies. Je vindt in religies altijd de beide manieren van omgaan met de werkelijkheid terug. Met interactie bedoelt Kuitert het pogen de werkelijkheid naar eigen hand te zetten. Met overgave bedoelt hij afzien van beïnvloeden, aanvaarden van de macht van de werkelijkheid als Macht en zich voegen. Religies kunnen als stileringen van de religieuze oerervaring worden opgevat.
Mensen leggen in religies uit hoe ze hun bestaan, hun verhouding tot de macht, hun afhankelijkheid dus, ervaren. Mensen beleven hun leven als een waarde en doen hun best er het beste van te maken. Daardoor nemen ze een actieve houding tegenover de werkelijkheid in. Een mens grijpt in in wat hij niet in de hand heeft. Ingrijpen in de werkelijkheid wordt van huis uit begeleid door religie.
Kuitert heeft drie interpretaties van de religieuze oerervaring, de ervaring van de Macht, beschreven: je kunt haar ombuigen als een troost, als een uitdaging op je nemen en je kunt er een “wie zit erachter” van maken. Ingrediënten die in alle religies gezichtsbepalend zijn.
Waar Kuitert nog heel algemeen spreekt over religieuze oerervaring en besef van eindigheid, geeft Ellacuria meer een invulling hieraan.
Volgens Ellacuria is de werkelijkheid niet alleen wat er is, maar ook wat we willen dat er zou zijn en wat we er aan doen. Volgens Kuitert is religie een afgeleide van de menselijke ervaring van de werkelijkheid. Religie verleent volgens hem betekenis en het sluit ook een kennen in. Volgens Ellacuria is alle theologie, net als alle algemene menselijke kennis, bepaald door de historische werkelijkheid.
Kuitert noemt twee manieren om om te gaan met de werkelijkheid; overgave of interactie.
Voor Ellacuria lag de nadruk op interactie, hij heeft altijd gepoogd de werkelijkheid naar eigen hand te zetten, dit deed hij door reflectie op de historische origine van theologie. Hij beschouwde het Nieuwe Testament als uitnodiging tot liefdadigheid en rechtvaardigheid en hij vond dat het het gemeenschappelijke aspect van geloof universeel maakt, Jezus communiceert met iedereen, ongeacht ras, cultuur, sekse, religie of sociale situatie.
Het begrip “openbaring” volgens het theologisch woordenboek*
In spreektaal betekent het begrip “openbaring” een onverwachte ervaring van een veelbetekenend feit. In religieus perspectief is het de verschijning of invloed van het goddelijke in de wereld. In christelijk-theologisch perspectief is het de fundamentele en totale communicatie van God als een absoluut mysterie, een communicatie die zich in de historie voltrok door middel van woorden, daden en gebeurtenissen dat zijn hoogtepunt bereikte in Jezus Christus.
In de verdere uitwerking van het begrip “openbaring” staat onder het kopje “Systematic Reflections” een omschrijving die “historisch” is te noemen in de betekenis die Ellacuria aan dat woord geeft:
God heeft de redding en verlossing aangereikt in het verleden en dit moet zijn vervulling krijgen in het christendom. Het heeft zijn wortels in een historische gebeurtenis en is universeel, maar om dit te realiseren is continue interpretatie nodig.
Dit gebeurt concreet in de kerk, maar ook in de individuele en collectieve historie van de mens.
* Handbook of Catholic Theology, The Crossroad Publishing Company, 1995 New York, Edited by Wolfgang Beinert, Francis Schüssler Fiorenza.
Verslag van een gesprek met Cyril Kuttiyanikkal d.d. 29-11-2006
Cyril is een 37 jarige priester uit India. Sinds twee jaar is hij in Nederland voor zijn studie aan de Graduate School. Oorspronkelijk komt Cyril uit Kerala, een deelstaat in het uiterste zuidwesten van India. Voor zijn komst naar Nederland woonde Cyril in de deelstaat Madhya Pradesh, in het noorden/midden van India. Tussen beide deelstaten zijn enorme verschillen, zowel wat betreft onderwijsniveau, levensstandaard als op religieus gebied.
In Kerala wonen in verhouding veel christenen, ongeveer 38 % van de bevolking is christelijk. In heel India is ongeveer 2,5 % van de bevolking christelijk.
Tevens is er een groot verschil tussen de christenen uit Kerala en uit andere delen van India. In Kerala wonen voornamelijk Syrian Christians, In de rest van India voornamelijk Latin Christians.
De Syrian Christians hebben een lange religieuze traditie: de apostel Thomas arriveerde in het jaar 52 in Kerala om een tempel te bouwen en bekeerde vele Indiërs in Kerala tot het christendom, zijn bekeerlingen zijn de Syrian Christians.
De andere christenen in India, Latin Christians genoemd, zijn pas veel later tot het christendom bekeerd; door de missionarissen. Voornamelijk pas vanaf de 19 e eeuw, met uitzondering van Goa, waar de Portugezen al in de 15 e eeuw Indiërs bekeerden tot het christendom.
Volgens Cyril is er ook een groot verschil in cultuur tussen de twee groepen christenen, dit wordt onder andere veroorzaakt door de afkomst van de bekeerlingen en daarmee in verband staande kaste systeem.
De Syrian Christians waren altijd al een aparte groepering binnen Kerala, die vreedzaam samenleven met de hindoes en moslims in het gebied. Eenieder heeft respect voor elkaar, al spelen de sociale contacten zich wel binnen de eigen religieuze groepering af. De Syrian Christians vinden zelf, in principe, dat zij niet tot een kaste behoren, daar het kaste systeem niet overeenkomt met het principe van gelijkheid tussen mensen binnen het christendom. De hindoes zien de Syrian Christians als vertegenwoordigers van de een na hoogste kaste, daar zij over het algemeen een hoog opleidingsniveau hebben en daardoor ook de bekleders zijn van de betere posities in de samenleving.
Van de Latin Christians wordt in India algemeen aangenomen dat zij outcasts of van heel lage kaste zijn. Volgens Cyril is dit niet helemaal juist, daar de meeste bekeerlingen van de Latin Christians afkomstig zijn van bepaalde stammen in afgelegen gebieden die helemaal nooit tot een kaste behoorden, onder hen zijn ook veel vissers.
In Madhya Pradesh zijn er minder dan 2 % christenen en deze behoren vrijwel allemaal tot de Latin Christians.
In de uitvoering van het geloof zijn er niet veel verschillen tussen de Syrian Christians en de Latin Christians, alleen kleine liturgische verschillen.
Verder heb ik een interessant gesprek met Cyril gehad over zijn geloofsbeleving en opvatting van religie.
Hierbij maakte hij een onderscheid tussen de algemene geloofsbeleving in India, zijn indruk van de geloofsbeleving in Nederland en zijn persoonlijke geloofsbeleving.
De algemene geloofsbeleving in India, en dat geldt voor zowel het christendom daar als andere religies, heeft een groot sociaal aspect. Het hele leven is doordrenkt met het geloof dat men aanhangt en men beleeft dit geloof samen met de eigen geloofsgemeenschap, tot die gemeenschap hoort de hele familie en ook de overige naasten.
Toen Cyril in Nederland kwam wist hij dat onze maatschappij erg individualistisch is ingesteld. Toch was hij erg verbaasd bij zijn eerste bezoek aan een katholieke kerk in Nederland; hij kon de mensen die er zaten gemakkelijk tellen en de weinige aanwezigen zaten ook nog eens erg verspreid in de kerk in plaats van bij elkaar, tevens viel hem op dat de aanwezigen vrijwel allemaal van oudere leeftijd waren.
Nu Cyril langer in Nederland is, en vele kerkdiensten heeft meegemaakt danwel is voorgegaan, heeft hij de indruk dat de preken in de kerk de individualistisch ingestelde gelovigen totaal niet aanspreken. De preken zouden volgens hem veel persoonlijker gericht moeten zijn, als voorbeeld gaf hij dat er elke week bijvoorbeeld aandacht zou kunnen zijn voor een gelovige die die week jarig is of een huwelijksverjaardag of ander jubileum heeft.
In India is het altijd erg druk in de kerk, maar zoals gezegd is de geloofsbeleving daar anders, wat kerkbezoek automatisch vanzelfsprekend maakt; het kerkbezoek is het ontmoeten van je medegelovigen en samen de religie beleven.
Cyril's persoonlijke geloofbeleving is voor hem meer een diep gevoel dat God in hem is, dat hij en iedereen een deel van God is. Religie is voor hem vooral God, alle andere zaken zijn daaraan ondergeschikt.
Dat hij wel elke zondag naar de kerk gaat heeft naar zijn zeggen meer te maken met het feit dat hij priester is en met zijn culturele achtergrond, waar het vanzelfsprekend en prettig wordt gevonden om zulke zaken samen te beleven.
Mijns inziens heeft Cyril zeker een historisch (in de zin van Ellacuria) besef van religie. Hij is zich zeer bewust van het feit dat alle theologie bepaald is door de historische werkelijkheid en heeft een bewuste reflectie op zijn historische origine.
Helaas was de tijdsduur van (ruim) 1 uur onvoldoende om alle onderwerpen die aan bod kwamen volledig uit te diepen. Het was een interessant en leuk gesprek, dit kwam niet in de laatste plaats door Cyril's gastvrijheid en grote betrokkenheid.