Humanisme                                                                             Erika Baardwijk

 

Oktober 2006

Verslag van de instructievragen over Cicero

Humanistische denkbeelden uit de oudheid in de tekst van Cicero:

In de tekst zien we het geloof in de natuur terug; zich tegen de loop van de natuur verzetten heeft geen zin. Een wijs man kan de gang van zaken moeiteloos aanvaarden.

Je hebt zelf de keuze om alle verantwoordelijkheid bij jezelf te leggen of in de voorzienigheid van godswege.

De levensloop is een vast gegeven. De natuur kent maar een weg. Elk levensstadium heeft zijn eigen kenmerk, zij passen in het natuurlijke schema en men moet er op het juiste moment van profiteren.

Aan je lichaam moet je zorg besteden en nog veel meer aan je verstand en geest.

Verder zien wij het belang van onderwijs terug bij Cicero: “Is er iets mooiers denkbaar dan op je oude dag bezig te zijn met lesgeven aan opgroeiende jeugd, wegwijs te maken en voorbereiden voor alle mogelijke taken in de maatschappij”. “Van geen enkele leraar in de hogere kundigheden kan men zich voorstellen dat hij niet gelukkig is, al hebben zijn levenskrachten de beste jaren gehad en is de aftakeling begonnen.

De mens bezit al een zekere mate van aangeboren kennis; jonge kinderen leren talloze dingen zo snel dat men moet aannemen dat ze dingen uit de herinnering terughalen.  

Accenten:

Cicero benadrukt het verloop van de loop van de natuur, dit is een vast gegeven en je ertegen verzetten heeft geen zin.

Verder maakt Cicero een onderscheid tussen het zedelijk goede en voor jezelf nuttige

Mens- en wereldbeeld van Cicero:

De kosmos is de samenleving waarvan men als mens deel uitmaakt: kosmopolitisme.

Ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. De mens is een vrij individu.

Mensen moeten al voor hun geboorte veel kennis hebben, talloze aspecten zou men uit de herinnering kunnen halen.

De ziel zou na de dood nog voortleven. Als de ziel bevrijd is van het lichaam is zij pas volmaakt en puur zichzelf en dan pas wijs.

Het stoffelijke dat ontbonden is keert terug daarheen vanwaar het gekomen is. De ziel wordt niet zichtbaar.