RELIGIE EN ACTUALITEIT
Erika Baardwijk
0545457
Opdracht week 40/41 Religie en actualiteit
Waaruit bestaat de kern van religie volgens Borgman?
Religie kan inzichtelijk maken dat gevoeligheid voor de grote en
ingewikkelde vragen en problemen van onze samenleving en openheid voor een
goede omgang ermee, centrale aspecten zijn van waarachtig mens-zijn. Het is
zaak te midden van het huidige verbrokkelde leven weer te kunnen zeggen at
een religieuze en een christelijke visie op de werkelijkheid zijn. Dat het
uithouden van de taaie problemen van het menselijke bestaan, het volhouden
ook van de heimwee naar een vervulder en verzoender leven dan het bestaande
zinvol is. Het beantwoordt wat in religieuze en in ieder geval christelijke
zin karakteristiek is voor het menselijke leven: in brandend verlangen
wachten op de God van heil en bevrijding en zo getuigen van de presentie van
diens afwezigheid.
Politiek gezien is christelijke religie de kunst van het onmogelijke als
mogelijk. Het realiseren van de omvattende sociale gemeenschap van allen met
allen ligt buiten ons bereik, maar wij moeten handelen met het oog op deze
gemeenschap en leven in het besef van het ontbreken ervan. In de samenleving
zien we dit terug in het groeiende besef dat het onmogelijke niettemin
noodzakelijk is. De christelijke traditie heeft niet allereerst een visie op
de waarden die de samenleving moet belichamen en respecteren, zij heeft met
name een visie op wat de samenleving feitelijk bij elkaar houdt en op het
verplichtende karakter van deze visie.
Een van de belangrijkste punten van de joodse en christelijke tradities is
het feit dat je niet op elkaar hoeft te lijken om bij elkaar te horen. De
naaste is diegene die jou nodig heeft, zoals jij anderen nodig hebt en met
wie jij je verbindt door daadwerkelijke compassie met hem of haar te hebben.
Waar mensen dat doen komt iets aan het licht van de bron van alle
werkelijkheid als gave die de christelijke traditie God noemt. Het gaat er
volgens het Evangelie niet om een religieus gebod te volgen, het is
andersom; het feitelijk volgen van het gebod brengt aan het licht wat
religie is.
Als we naar Europa kijken dan vindt Borgman de religieuze betekenis juist in
de seculariteit. Het gaat hem om de actuele presentie van het religieuze in
de actuele Europese cultuur. Het nieuwe Europa dat vanaf 1952 ontstond was
een poging om een einde te maken aan extreem geweld door het creëren van een
situatie van gedeeld belang en daadwerkelijke solidariteit.
De religieuze inslag van Europa vindt Borgman ook in de opvoering van het
stuk "Wachten op Godot" in Sarajevo, omdat het stuk de reële troost schiep
van gezamenlijke ontroostbaarheid en van samen volhardend wachten op echte
troost en van zich realiseren dat wie samen met anderen wacht, niet volkomen
verlaten is te midden van alle verlatenheid. Borgman ziet hierin verwantschap
met Goede Vrijdag. Niet alleen gelaten te zijn in wanhoop anticipeert op een
leven voorbij de wanhoop. Goddelijke solidariteit met bedreigde mensen tot
en met de dood aan een kruis is de ultieme uitdrukking van hoop voor een
wereld vol kruisen.
Om te laten zien dat een volledig seculiere visie op de maatschappelijke en
politieke praktijd een illusie is haalt Borgman Habermas aan. Volgens
Habermas moet de seculiere cultuur een aanhoudende interpretatieve relatie
cultiveren met de religieuze tradities waarmee zij verbonden is. Dit omdat
religie de werkelijkheid verstaat, inclusief het eigen bestaan, als te
eerbiedigen geschenk en als mogelijke plaats het goede leven, dat God voor
mensen wil, te ontvangen, te cultiveren en aan anderen door te geven. Het
zicht op de horizon van de realiteit waarbinnen wij leven wordt verschaft
door religies en andere zogenoemde levensbeschouwingen.
Kijkend naar een andere religie, de islam, gaat het er religieus gezien
volgens Irshad Manji om in de eigen situatie te doen wat Mohammed in zijn
situatie deed; te midden van een gewelddadig conflict, onrecht en gerichtheid
op valse goden, een vredige, harmonieuze, rechtvaardige en op God gerichte
gemeenschap stichten.
Ondanks de mening van Manji zien we toch nog steeds een strijd tussen
islamisme en secularisme, vooral op het terrein van de politieke symboliek,
waarbij de ene partij recht op vrijheid en de waardigheid van alle mensen
naar voren schuift en de andere het belang van gehoorzaamheid aan religieuze
voorschriften.
Het moderne denken maakt een scherp onderscheid tussen het te kennen object
en het kennend subject. De kennende subjecten worden gezien als de
producenten van zin, betekenis en identiteit en de wereld van objecten als
grondstof van de ordenende en zin- en betekenisgevende activiteiten. In deze
voorstelling ligt het voor de hand religies te beschouwen als orde-, zin-,
betekenis- en identiteitsgevende visies die de volheid van hun
overleveringen inbrengen in een zonder deze inbreng zin- en betekenisloze,
chaotische en lege wereld. Zo dreigt uit het zicht te verdwijnen dat
religieuze tradities zichzelf zien als gericht op en beantwoordend aan een
transcendente werkelijkheid die niet van hen afhankelijk is.
In de christelijke traditie staat het wachtende verlangen centraal, samen
met het aan de geschiedenis van leven, lijden, sterven en verrijzen van
Jezus ontleende vertrouwen dat God als heilzame toekomst onverbrekelijk
verbonden blijft met kwetsbare en gekwetste mensenlevens. Vergelijkbare
opvattingen zijn te vinden bij denkers binnen d eislam. Daarin zien we dat
niet de verschillende religieuze tradities het laatste woord hebben, maar de
God wiens boodschap deze tradities pretenderen te vertolken en waaraan deze
tradities zich willen overgeven.
Waarom ziet Borgman steeds weer overal religie opkomen?
Populaire politici brengen een latent religieus verlangen aan de dag dat in
de hedendaagse samenleving sluimert. Gebleken is dat ondanks de materiële
vooruitgang er toch een sterk gevoel onder Nederlanders is als "schapen
zonder herder". Er is een toenemende sociale bezorgdheid, angst voor verlies
aan sociale binding, afnemende identificatie met werk en economische status,
toenemende tijdsdruk en van daaruit een groeiende druk op het privéleven.
Hierdoor heeft men de neiging tot escapisme en tot vlucht uit de als
onveilig ervaren werkelijkheid. Hierdoor ook kiezen hedendaagse kiezers
bijvoorbeeld voor iconen die symboliseren wat wij voelen en tegelijk
verwijzen naar iets ongrijpbaars.
Zo was Fortuyn voor een groep mensen hoopgevend en hij probeerde te
suggereren oplossingen te weten voor de problemen die aan dit bestaan eigen
zijn. In die zin had Fortuyn welhaast Messiaanse trekken.
Mensen blijken toch behoefte te hebben aan een "herder" of "Messias" en
verlangen naar een betere, veilige wereld. Dit kan gezien worden als een
latent religieus verlangen.
Niet alleen het gevoel van "schapen zonder herder" en het verlangen naar een
veiliger wereld zijn gevoelens die we in de hedendaagse samenleving zien,
een ander gevoel wat daar dicht bij ligt, en dat de samenleving in haar
greep heeft is een gevoel van verweesdheid. Oorzaak hiervan lijkt de door de
filosoof Pascal Bruckner gesignaleerde dwingende plicht tot geluk, die in de
westerse cultuur al sinds begin jaren 60 vorige eeuw heerst. Omdat geluk
alle lijden probeert te mijden staat het machteloos zodra het ermee wordt
geconfronteerd. Volgens Henri Beunders, mediahistoricus, leidt de
hedendaagse jacht op geluk tot een specifieke vorm van onzekerheid over het
belang en de zinvolheid van het eigen leven. Geluk blijkt een onmogelijk te
realiseren verplichting, iets dat steeds moet worden nagestreefd, maar nooit
wordt bereikt.
Fortuyn representeerde de existentie en de transcendentie, waar mensen
blijvend naar verlangen, als een doel dat in principe tamelijk eenvoudig
bereikbaar is. Terwijl deze maakbaarheidideologie zelf een voorname oorzaak
is van de verwezing. Zij maakt mensen tot middelen en wakkert zo hun
verlangen aan omwille van zichzelf te worden gerespecteerd en niet omdat ze
bijdragen aan het goede leven, maar het goede leven ontvangen als datgene
wat hen omvat en hun bestaan zijn waarachtige betekenis geeft. Al
presenteerde Fortuyn zichzelf als een leider zoals Mozes, bracht hij toch
niet de oplossing zoals religie voor veel mensen wel doet en deed.
In de christelijke traditie wordt gewezen op de verbondenheid die altijd al
tussen mensen bestaat. We zien dit terug in actuele gebeurtenissen.
Recentelijk nog in het verzet tegen het vreemdelingenbeleid van Verdonck,
hierin kwam een solidariteit naar voren die niet door de politiek werd
gezien.
Ook bij de Tsunami en 11 september 2001 identificeerden mensen over de hele
wereld zich met de slachtoffers. Zo geven mensen uitdrukking aan het besef
dat het lot van mensen onderling verbonden is. De postmoderniteit is
verbonden met de ontdekking dat er geen definitieve oplossingen bestaan, dat
wij in een risicosamenleving leven en er slechts betere of slechtere
manieren zijn om met de onontkoombare problemen om te gaan. We zien de
christelijke verbondenheid tussen mensen, niet omdat dit een van buiten
komende norm is, maar omdat dit als perspectief in de samenleving zelf al
aanwezig is. Het transcendente perspectief zit in de solidariteit en
betrokkenheid.
Er zijn dus nog wel degelijk normen en waarden in de hedendaagse
maatschappij aanwezig, maar deze zijn fundamenteel van karakter veranderd
met vroeger. Deze verandering geeft mensen het gevoel dat waarden en normen
verloren gaan. Als reactie hierop en in zeker opzicht als protest
hiertegen, komen nieuwe vormen van religiositeit op. Uit onderzoek is
gebleken dat voor vrijwel alle Nederlanders bijvoorbeeld gezondheid een
centrale waarde is, evenals een zekere mate van materiële welstand en een
goede, veilige en zekere toekomst voor hun kinderen.
Ook Guterson laat zien dat religie hernieuwd aan het licht komt als
verlangen naar en respons op een spoor van genade en waarheid dat oplicht in
het alledaagse, vaak donkere en uitzichtloze bestaan. Dit beantwoord aan de
wijze waarop religie als actuele bestaansverheldering nieuwe vormen aanneemt
en laat zien dat wij in een nieuwe religieuze situatie leven. Mensen zoeken
ruimte om het goede, waardevolle leven te kunnen zoeken, ervoor open te
staan, het te kunnen ontvangen en het te kunnen cultiveren. Deze ruimte
lijken mensen precies te zoeken in de nieuwe vormen van religiositeit die
zich aandienen.
Borgman ziet ook steeds weer de lotsverbondenheid opkomen, wat een
religieuze waarde is van het hedendaagse Europa. Dit principe komt ook
steeds weer terug in de politiek, hoewel hij hier ook een bepaalde
ambivalentie in ziet; voor het principe lotsverbondenheid onder woorden werd
gebracht speelde het een belangrijke rol in beslissingen, maar nadat het
officieel was geformuleerd verloor het in hoge mate zijn betekenis. Borgman
vindt hiervoor bijval in de woorden van Havel: "De economische ontwikkeling
zelf is het hoogste morele en spirituele doel van de samenleving geworden."
Hierdoor roept hij het volk op tot wat hij noemt "religieuze toewijding" aan
wat het volk wel degelijk weet dat hun centrale politieke, burgerlijke en
persoonlijke waarden zijn.
In de geschiedenis van Europa zien we het religieuze steeds weer terug in
het versterken van de multilaterale lotsverbondenheid, dit om het geweld te
overwinnen. We zijn onvermijdelijk verbonden met elkaars lot en de enige
begaanbare weg om ons lot te veranderen verloopt via deze verbondenheid met
het lot van anderen. Er is een immer goddelijke aanwezigheid die schuil gaat
in onze lotsverbondenheid. De steeds weer wijkende goddelijke horizon die
oplicht in de noodzakelijkerwijs zwakke en kwetsbare pogingen tegen de
verdrukking in iets van een goed leven tot stand te brengen, het steeds weer
geschonden goddelijk gebod weerstand te bieden aan het verlangen de
geschiedenis in een krachtig gebaar ten goede te veranderen. Onder andere
Auschwitz laat zien hoe middenin een hoog ontwikkelde cultuur het kwaad
steeds reëel mogelijk blijft en dat wat werkelijk goed is, niet maakbaar of
produceerbaar is.
Europa is geen afgeronde entiteit met een welomschreven identiteit. Europa
krijgt vorm door zich steeds hernieuwd te wijden aan de lotsverbondenheid in
kwetsbaarheid en zo een toekomst te scheppen. In deze toewijding is Europa
religieus te noemen.
Tegenwoordig is er weer veel aandacht voor religie, dit wordt mede
veroorzaakt door de heftigheid waarmee de politieke islam zich de laatste
jaren op het wereldtoneel is gaan manifesteren. We zien religie nu wel weer
overal opkomen, maar vandaag de dag in hoge mate als gevaar en bedreiging. De
eigen wil, de eigen visie op wat vrede, harmonie en waarheid is neemt de
plaats in van God en gezien vanuit de christelijke tradities is dit
rechtstreeks in strijd met het beeld van Jezus Christus die juist als
machteloze gekruisigde het beeld is van Gods verzoenende en heilzame
aanwezigheid.
Toch levert de islam een belangrijke bijdrage aan de noodzakelijke
reflecties op de religieuze aard van de samenleving. De islamitische
traditie kan hieraan een eigen belangwekkend accent geven. In de islam zit
een stroom die overeenkomt met de gerichtheid op een voor verschillen,
pluraliteit en verandering openstaande gemeenschap die vergelijkbaar is met
het eerder genoemde religieuze gehalte van Europa.
In de islam zien we een tendens dat moslims in hun confrontatie met de
westerse beschaving zich wenden tot de islam als hun identiteit. Soroush
pleit voor het herstel van de "islam van de waarheid" als een religieuze
respons op de actuele situatie, in dialoog met andere vormen van respons,
seculier of religieus. De islam zou er aan bij kunnen dragen dat onze
seculiere inspanningen om het publieke leven te ordenen, de rechtvaardiging
te bevorderen en de waarheid te vinden, ook weer gezien worden als wat zij
tevens zijn, religieuze inspanningen als vormen van eredienst aan wat heilig
is.
Vind je dit een optimistische of juist een bedenkelijke benadering?
Ik vind de benadering van Borgman zeker niet optimistisch, al ben ik het gedeeltelijk we met hem eens. Er is zeker een gevoel van verweesdheid in de samenleving aanwezig. Enerzijds is dit terug te voeren op de vrije keuze die mensen tegenwoordig hebben en de secularisering; vroeger was men van huis uit aangesloten bij een bepaald kerkgenootschap en daar waren de antwoorden te vinden op zingevingvragen. Nu is men vrij om te kiezen om wel of niet te geloven of om van elke religie “het beste”eruit te halen. Dit betekent dat men in veel gevallen niet meer terug kan vallen op een geloofsgemeenschap. Voor sommige mensen is er nog wel een God, maar vaak ervaart men de binding met deze God niet meer zo sterk. Ik ben van mening dat het regelmatig bijwonen van kerkdiensten zeker kan bijdragen aan het versterken van de band met God en het geloof. Je ziet ook steeds meer dat andere stromingen opkomen, de meeste gericht op de maakbaarheid van de mens en het aantrekken van geluk. Ook dat soort bewegingen, bijvoorbeeld “The Secret”, bieden meestal maar kort een oplossing voor het gevoel van verweesdheid. Ze komen op, worden een enorme hype, mensen zien uiteindelijk dat er toch geen permanente oplossingen komen en ze haken gedesillusioneerd af. Anderzijds zie ik ook een oorzaak van de toenemende sociale bezorgdheid en het gevoel van onveiligheid in een richting die bij Borgman niet aan bod komt; de media. Natuurlijk zijn gebeurtenissen als op 11 september 2001 gruwelijk en nooit eerder gebeurd, maar alle andere zaken waar wij elke dag door de media weer op attent worden gemaakt maken mensen mijns inziens pessimistisch en angstig. Ook angstig voor andere religies, met name voor de islam. Keer op keer wordt de islam afgeschilderd als een religie waar men bang voor moet zijn en de oorzaak van het kwade. Als iemand iets fout doet en het is een moslim dan wordt direct vermeld dat het om een moslim gaat, alsof dat de oorzaak is van de misstap van de persoon is.
Aan het feit dat mensen de ruimte vinden juist in nieuwe vormen van religiositeit om het goede en waardevolle leven te kunnen zoeken ervoor open te staan, het te kunnen ontvangen en het te cultiveren zou ik graag willen toevoegen dat hier wellicht ook een gebrek van de christelijke kerken aan ten grondslag ligt. Het gebrek van de christelijke kerken om zich aan te passen aan steeds veranderende omstandigheden in de maatschappij. Hierdoor zijn deze kerken niet meer aantrekkelijk voor mensen. Ze zijn niet dynamisch, wat de maatschappij wel is. De kerken gaan uit van normen en waarden die nog steeds voor veel mensen gelden, echter de uitvoering is mijns inziens vaak te star. Mensen willen tegenwoordig zelf deelnemen aan de kerkdiensten, zelf een inbreng hebben en zelf nadenken en discussiëren. Dit is misschien ook de oorzaak dat christelijke gemeenschappen zoals Pinkstergemeenten wel veel mensen trekken. Hiermee wil ik aangeven dat het christendom en de christelijke normen en waarden zeker niet uit de gratie zijn. Borgman noemt bijvoorbeeld ook de lotverbondenheid, een christelijke waarde, die steeds weer opkomt in het hedendaagse Europa. Helaas wordt deze lotsverbondheid te vaak ondergesneeuwd door de economische ontwikkeling. Toch zien we deze lotsverbondenheid keer op keer terugkomen, wat ik zeer hoopgevend vind. Religieuze normen en waarden zijn niet altijd meer een vanzelfsprekendheid, maar als we zoeken vinden we ze nog steeds overal, al zijn de verschijningsvormen veranderd en worden ze niet altijd meer religieus genoemd. We zouden wat meerover deze normen en waarden moeten waken om het goede in de wereld te behouden en uit te breiden en zo het kwade proberen te overwinnen.